Toelating

Toelating vindt voor een belangrijk deel plaats op basis van formele toelatingseisen. Het uitgangspunt hierbij is dat kandidaten met een voltooide universitaire bedrijfseconomische studie voldoende kennis en vaardigheden bezitten om de opleiding zonder problemen te kunnen volgen. Bij andere studies kan er reden zijn om aanvullende eisen te stellen. In het algemeen wordt er vanuit gegaan dat een kandidaat drie jaar relevante ervaring heeft.

Zonder aanvullende eisen worden in principe toegelaten:

  • afgestudeerden (drs/master) Economie of Bedrijfskunde (met een bedrijfseconomische afstudeerrichting);
  • kandidaten in het bezit van een universitair diploma postgraduate controllersopleiding of diploma registeraccountant.

Voor overige studies (drs. en master) dienen mogelijkerwijs bepaalde deficiënties nog weggewerkt te worden. Kandidaten met een bachelor's diploma of afgeronde HBO-opleiding met praktijk ervaring kunnen in bepaalde situaties worden toegelaten. Beide categorieën dienen rekening te houden - afhankelijk van hun concrete situatie - met vereiste deficiëntie tentamens.

Definitieve toelating zal plaatsvinden mede op basis van een toelatingsgesprek. De bedoeling is na te gaan in hoeverre de kandidaat kans van slagen heeft de opleiding met succes te volgen. Hierbij zal gekeken worden naar zowel vooropleiding en (praktijk-)ervaring als naar de motivatie van de kandidaat. Indien van toepassing worden deficiënties besproken.

Bij de toelatingsprocedure wordt aandacht besteed aan een evenwichtige samenstelling van de groepen studenten. Er wordt naar gestreefd dat een meerderheid van de studenten werkt in de treasury van niet-financiële bedrijven, organisaties en instellingen. Op beslissingen van de commissie inzake de toelating is geen beroep mogelijk.