Onderzoeksthema

De controlleropleiding van de VU richt zich op controllers werkzaam in concernorganisaties en consultants die concernorganisaties adviseren. Onder concernorganisaties worden verstaan grote, vaak internationaal georiënteerde ondernemingen en vergelijkbare economische samenwerkingsverbanden bestaande uit verschillende divisies of business units. Het tegelijkertijd zelfstandig en onder gemeenschappelijke leiding functioneren van concernonderdelen betekent dat binnen een concern een besturingsdilemma bestaat: wie is waarvoor verantwoordelijk. Dit dilemma wordt opgelost door afspraken te maken over verantwoordelijkheden van de concerntop enerzijds en de concernonderdelen anderzijds. Dergelijke afspraken hebben betrekking op beleidsterreinen als strategie, organisatiestructuur, personeel, inkoop, financiering, planning & control, etc.
 
Controllers werkzaam in concerns krijgen te maken met dit bestuursdilemma. Dit komt onder andere tot uitdrukking in de keuzes die het concern maakt ten aanzien van de aansturing- en verantwoordingsrelaties van controllers op concernonderdeelniveau: hiërarchische relatie met het management van het concernonderdeel of hiërarchische relatie met concerncontrol. Ook uit dit zich in verschil in werkzaamheden op, belangenbehartiging van en het spanningsveld tussen concerntop en concernonderdeelniveau. Het is dit spanningsveld dat het werkveld van controllers werkzaam in concerns onderscheidt van andere controllers. Het is de specifieke aandacht voor controllers die met dit spanningsveld te maken hebben waarmee de controlleropleiding aan de VU zich onderscheidt van andere controlleropleidingen. Deze specifieke keuze impliceert dat het onderzoek dat wordt verricht door docenten verbonden aan de opleiding en dat door de opleiding wordt gefinancierd zonder uitzondering hierop is gericht.
 
Maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie
De bedoeling is om het onderzoek van de opleiding uitdrukkelijk te richten op maatschappelijk relevant onderzoek. Een en ander is niet alleen gewenst, maar in het kader van de externe profilering noodzakelijk. Internationale publicaties zijn vereist, maar dit behoeft niet noodzakelijkerwijze te geschieden in de klassiek fundamenteel wetenschappelijke tijdschriften. Ook activiteiten als het schrijven van een textbook voor een internationale uitgever passen binnen dit kader. Het onderzoek wordt uitdrukkelijk beoordeeld naar de mate waarin het bijdraagt aan het maatschappelijk debat, zinvolle toepassingen heeft voor het bedrijfsleven en dus het onderwijs van de opleiding of bijdraagt aan de wetenschap als zodanig. Het is de overtuiging van het opleidingsbestuur dat de ontwikkeling van de opleiding gebaat is bij een nauwe samenwerking met een onderzoeksinstituut dat zich op dit terrein bewezen heeft. In die zin ligt het heroverwegen van de stopzetting van de samenwerking met Arca voor de hand.
 
Financiering
De middelen die de opleiding voor onderzoek beschikbaar heeft zijn beperkt. De parttime aanstelling van de docenten is vooral gericht op het verzorgen van onderwijs. Van de docenten wordt in het kader van een continue actualisatie van de opleiding en het onderwijs verwacht dat zij de wetenschappelijke literatuur bijhouden en dat zij zich zelf en daarmee de opleiding naar buiten profileren. Publicaties, zo is gebleken, is een van de meest effectieve manieren om actualisatie en profilering zo optimaal mogelijk te realiseren. Aangezien onderzoek een voorwaarde is voor publicaties, wordt van alle docenten verwacht dat zij een bijdrage leveren aan het onderzoeksprogramma van de opleiding. Het opleidingsbestuur onderkent dat die bijdrage vanwege de parttime aanstelling beperkt zal zijn. Ook om die reden is een samenwerking met een onderzoeksinstituut als Arca gewenst.