Kennismaken met een hoogleraar: Bas van der Klaauw

Door: Ellen Woudstra

Bas_vander_Klaauw
Bas van der Klaauw
(1973) is hoogleraar Beleidsevaluatie aan de afdeling Economics van de Vrije Universiteit. Zijn onderzoek is voornamelijk empirisch en gaat over de micro-economische analyse van de arbeidsmarkt, onderwijs en gezondheid. In 2016 ontving Bas van der Klaauw een Vici-beurs van €1,5 miljoen. De Vici-beurs wordt toegekend door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) om wetenschappelijk toptalent te stimuleren. Met deze beurs kan hij vijf jaar lang onderzoek doen naar de effectiviteit van het beleid om de mismatch in het onderwijs en op de arbeidsmarkt tegen te gaan.

Van der Klaauw over zijn onderzoek: “Met mijn onderzoek ben ik op zoek naar de causale effecten van beleid. Om empirisch vast te stellen hoe groot zo’n causaal effect is maak ik gebruik van veldexperimenten waarbij beleidsinterventies willekeurig worden toegewezen aan individuen, of ik gebruik grote administratieve datasets waarin vaak natuurlijke variatie zit in de toegewezen beleidsinterventie.”

Meer concreet houdt Van der Klaauw zich in het kader van zijn Vici-beurs bezig met drie grote onderzoeksvragen. “De eerste gaat over het belang van activerend arbeidsmarktbeleid om werklozen sneller maar ook duurzaam aan werk te helpen. In een recent afgerond onderzoek met Nynke de Groot hebben we vastgesteld dat werklozen minder snel werk vinden als zij langer recht hebben op een uitkering. Dit is het klassieke moral hazard probleem bij uitkeringen. Ik onderzoek nu een aantal interventies die het moral hazard probleem kunnen verkleinen. Deze interventies hebben betrekking op het stimuleren van werklozen om te solliciteren of contact op te nemen met bedrijven. Om dit te onderzoeken hebben we aantal veldexperimenten uitgevoerd bij de gemeente Amsterdam en UWV.”

Van der Klaauws tweede onderzoeksvraag richt zich op verschillende aspecten van schoolkeuze. “Steeds vaker zijn er scholen of studies die onvoldoende capaciteit hebben om alle geïnteresseerde leerlingen of studenten toe te kunnen laten. Ik onderzoek wat de redenen zijn waarom leerlingen voor een bepaalde school kiezen, hoe de schaarse plekken zo handig mogelijk verdeeld kunnen worden, en wat de korte- en lange termijn-consequenties zijn van het kiezen voor een bepaalde school. Voor dit onderzoek combineren we administratieve gegevens over schoolkeuze en onderwijsuitkomsten met enquêtegegevens over voorkeuren van leerlingen.”

De derde onderzoeksvraag van Van der Klaauw gaat over de effecten van onderwijs op partnerkeuze. “Al sinds de tweede wereldoorlog gaat van elk cohort een steeds groter percentage naar hoger onderwijs. Tegelijkertijd is het zo dat hoger opgeleiden vaak een partner kiezen die ook hoger opgeleid is en vaak ook dezelfde opleiding gedaan heeft. We documenteren dit, maar onderzoeken ook wat de consequenties zijn op latere arbeidsmarktuitkomsten en de onderwijs en arbeidsuitkomsten van hun kinderen. Hiermee bekijken we of dit intergenerationele mechanisme een verklaring kan zijn voor de toenemende ongelijkheid.”

Beleidsmakers maken graag gebruik van de onderzoeksresultaten van Van der Klaauw. “Bij een aantal projecten werk ik direct samen met de instanties en de overheden die beleid maken of beleid uitvoeren. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Ik krijg toegang tot gedetailleerde administratieve gegevens, terwijl zij mijn onderzoeksresultaten snel tot hun beschikking hebben. Zo heb ik de afgelopen jaren samen gewerkt met de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam, de landelijke uitkeringsinstantie UWV, de overkoepelende organisatie van middelbare scholen in Amsterdam en Utrecht en de autoriteit voor lange termijn zorg CIZ. Bij al deze organisaties is beleid aangepast. Zo worden in Amsterdam en Utrecht nu schaarse plekken op scholen in het voortgezet onderwijs volgens een ander algoritme verdeeld, CIZ controleert de zorgaanvragen op een andere manier en bij de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam worden bepaalde interventies niet meer gebruikt.”

Het onderzoek van Van der Klaauw heeft al het een en ander opgeleverd. “Een resultaat dat ik in verschillende situaties steeds vind, is dat beleidsinstrumenten om werklozen aan het werk te helpen best effectief kunnen zijn, maar dat deze instrumenten vaak veel te algemeen gebruikt worden. Zo worden bijvoorbeeld sollicitatietrainingen ook ingezet bij groepen die er helemaal geen baat bij hebben. Dat zorgt ervoor dat het gemiddelde effect afneemt en dat dus ook een kosten-baten analyse minder goed uitpakt. Klantmanagers vinden het moeilijk om te onderscheiden welke werklozen wel en niet sneller werk vinden door een bepaald beleidsinstrument. Ik heb recentelijk een aantal papers geschreven waarin dit gedocumenteerd wordt.”