Tussenstand onderzoek

Dutch High-Frequency Traders Soon Faster than Speed of Light?

Menkveld, AJNaam onderzoeker: Prof.dr. Albert Menkveld
Afdeling: Finance

Albert Einstein famously doubted one of the implications of his quantum theory. He did not believe that information could be transmitted without moving the material to which it was attached.
"Spooky action at a distance," is what he called it. Dutch scientists at Delft University recently proved it possible. In an article published in Science on May 29 they reveal how they "teleported" information between two quantum bits separated by three meters, i.e., they transferred it truly instantaneously.
High-frequency traders (HFTs) battle one another in an arms race to be the quickest to learn information from one market and use it in another. Most contested perhaps is (informational) arbitrage across index futures in Chicago and equities in New York. Micro-wave dishes were placed in between these cities to transmit information almost at the speed of light. If Dutch high-frequency traders would team up with the Delft scientists, the micro-wave dishes might soon be obsolete. The latter are reportedly testing teleportation across more than a kilometer this summer. Sponsorship of such academic research would enable HFTs to claim that their arms-race investment is socially useful. Ronald Hanson who leads the group in Delft, claims that teleportation would enable new levels of privacy. Computing could be done by remotely accessing a machine without anyone else on the machine being able to observe it.
Would HFT sponsorship accelerate true protection against the NSA spying on all of us?
 
P.S.: With Marius Zoican, Albert Menkveld has recently released a study on exchange speed, high-frequency trading, and market quality: "Need for Speed? Exchange Latency and Market Quality"

Film 'Vreemde Quantummechanica'

De effectiviteit van Re-integratie instrumenten

Ketel, NadineNaam promovendus: Nadine Ketel
Afdeling: Economics
 
Voor een van de projecten van mijn proefschrift hebben we de effectiviteit gemeten van de re-integratie instrumenten die de gemeente Amsterdam toepast voor bijstandsgerechtigden met de relatief kortste afstand tot de arbeidsmarkt. Empirisch vaststellen van de effectiviteit van re-integratietrajecten is lastig, omdat deze trajecten vaak selectief worden toegewezen. Wij zijn daarom in maart 2012 een gerandomiseerd experiment gestart om op een zuivere manier de effectiviteit van een traject te bepalen. Het ging hierbij om de zogenaamde zoekperiode en om de verschillende vormen van begeleiding die gegeven worden als de uitkering tot stand gekomen is. We vinden dat het opleggen van een zoekperiode van vier weken aan mensen die zich melden voor een bijstandsuitkering leidt tot 30% minder instroom in de bijstand, en een besparing van gemiddeld 29% op de uitkeringslasten in de zes maanden na aanvraag. Gemiddeld is er voor deze individuen geen effect op totaal inkomen, omdat het verloren bedrag aan bijstandsuitkering wordt opgevangen door meer verdiensten uit werk. Het signaal dat een zoekperiode afgeeft - dat het ontvangen van bijstand samenvalt met de verplichting om werk te zoeken - lijkt daarom erg effectief. Voor de overige re-integratie instrumenten vinden we een positief effect van directe baanbemiddeling, maar daarentegen een sterk negatief effect van de sollicitatietraining op latere arbeidsmarktuitkomsten.