Interview

Bartelsman, EricInterview met hoogleraar Eric Bartelsman [1]

Door: Marije Huiskes-Tolsma

Volgens u gaat het toch gewoon goed in Nederland ondanks de economische crisis?
Er is in principe niets mis met onze economie. De reden dat het nu minder gaat, is dat mensen angstig zijn geworden over de toekomst. Door deze angst houdt het economisch gezien op. Dan gaan mensen minder uitgeven, loopt de werkloosheid op en zeggen mensen dat ze gelijk hadden dat ze minder uitgegeven hebben. De bangmakerij over de toekomst, over onze pensioenen en schulden, is funest voor de huidig economische ontwikkelingen.

Is die angst niet gedeeltelijk terecht? Veel mensen dreigen bijvoorbeeld hun baan te verliezen.
Het probleem is juist dat mensen geen geld uitgeven, dáárom dreigen ze uiteindelijk hun baan te verliezen. Omdat we collectief weigeren geld te besteden, staakt de vraag naar producten en diensten en vallen er ontslagen. Individueel gezien is het rationeel om minder geld uit te geven als je baan op de tocht staat, terwijl het voor het land slecht uitpakt. De grote vraag is dus nu: hoe nemen we collectief deze hobbel? In ieder geval niet door – zoals de minister van financiën zegt – de broekriemen aan te trekken en te verkondigen dat het crisis is. Daarnaast is er nog de Pensioen- en Verzekeringskamer die zegt dat we niet genoeg gespaard hebben voor onze pensioenen en we daar dus ook nog eens extra voor moeten sparen. Nederland heeft de afgelopen 3 jaar al als een idioot zitten sparen. Voor toekomstbestendigheid moeten we nu juist meer investeren en produceren.

Hoe vindt u dat de overheid omgaat met de crisis?
De regering zou meer naar de toekomst moeten wijzen: Zij moet innovaties gaan toepassen, zich afvragen hoe een maatschappij er over twintig jaar uit ziet die hier goed mee om gaat en daar beleid voor ontwikkelen. Over de toekomst wordt echter te weinig nagedacht. Er wordt alleen gezegd dat we moeten sparen, maar dat spaargeld komt niet automatisch terecht in toekomstgerichte investeringen en toekomstgericht beleid. Ik vond het goed toen Rutte zei dat we meer moesten uitgeven voor duurzame goederen zoals huizen en zuinige auto’s. Nog beter zou zijn om uitgaven aan kennis te vergroten. Echter, een ‘Keynesiaanse’ stimulans lukt nu minder goed als de overheid de eigen uitgaven verhoogt, maar juist wel door het vergroten van vertrouwen in de toekomst, door naar voren te wijzen: “Kijk, door ons beleid zal er in de toekomst veel koopkracht zijn.” Ondernemers kunnen hierdoor vandaag gaan investeren in productie die slimmer, energiezuiniger, onafhankelijker en efficiënter wordt. Dat betekent dat er vandaag mensen worden ingezet om de productiemogelijkheden van de toekomst uit te breiden. Als de overheid nú investeert in een toekomstvisie, kan de werkloosheid weer fors omlaag. 

Wat vindt u ervan dat het begrotingstekort van Europa naar 3% moet in Nederland?
Ik vind het niet goed dat die 3% op korte termijn gehaald moet worden. Niet nu er in Nederland angst is voor de toekomst. Verzorgingshuizen draaien we de nek om, net als onze kunst en cultuur. Als over tien jaar veel van het huidige werk gedaan wordt door robots, wat moeten we dan doen om elkaar bezig te houden? Dan denk ik toch al snel aan zorg, cultuur en kunst. Dit zijn de groeisectoren. Als we dat nu gaan afbreken, is het des te moeilijker om voor die sectoren een toekomstige markt in te richten.

Wat zou het kabinet volgens u moeten doen om meer werkgelegenheid te creëren?
Ik vind niet dat de overheid dit zou moeten doen, liever niet eigenlijk. Het is beter dat de overheid een situatie creëert waarbij mensen zelf meer ondernemen. Maar daar zitten ook haken en ogen aan. Mensen hebben behoefte aan inkomenszekerheid om een huis te kopen en een pensioen op te bouwen. In Nederland hebben we het poldermodel: werkgevers, werknemers en overheid gebundeld om deze zekerheid te organiseren. Maar naar de groeiende groep ondernemers en zelfstandigen kijkt niemand om. Dat zijn er nu al bijna meer dan een miljoen. Zij kunnen met moeite een hypotheek krijgen. In 2012 zijn er slechts 2000 vaste banen aangeboden. Die contractvorm bestaat dus nauwelijks meer. Dan moeten de polderaars er wel voor zorgen dat mensen zonder vaste baan wél een toekomst kunnen krijgen door de mogelijkheid te bieden een hypotheek te nemen en een goed pensioen op te bouwen. De overheid moet leiden in de zoektocht naar de beste instituties hiervoor. Dit zou een mooi doel kunnen zijn voor een vakbond voor zelfstandigen en kleine ondernemers.

Begrijpt u dat banken wantrouwig zijn een hypotheek af te sluiten voor iemand zonder vast contract?
Eigenlijk is dat onzin. Een vaste baan is ook niet alles, zeker nu er veel bedrijven failliet gaan. Iemand die jong is en onderneemt, is wellicht veel kredietwaardiger dan iemand die twintig jaar lang sigaretten rookt achter zijn bureau, terwijl zijn bedrijf bijna failliet is. In Nederland mogen banken maximaal 4% van hun hypotheken uitgeven aan mensen zonder vaste baan. Als ze daar overheen gaan, dan moeten ze dat verantwoorden bij de toezichthouder. Dat is bepaald geen stimulans.

U heeft flink wat kritiek geuit op de aanstelling van Laura van der Geest als directeur bij het CPB. Waarom?
Laura van der Geest is uitermate vakkundig, slim en hardwerkend. Mijn kritiek gaat vooral over de institutionele achtergrond. Overal in Europa zijn er problemen met overheidsbegrotingen. Europa vereist nu dat elk land een onafhankelijk begrotingsinstituut opricht. Nederland was één van de eerste landen die dat had: een onafhankelijk bureau waar rijksbegrotingen doorgerekend werden. Maar laat nou net Nederland een ambtenaar van Financiën naar voren schuiven als directeur van dit instituut. Ook al gaat zij haar eigen koers varen als directeur, wat haar uitstekende loopbaan als economisch beleidsambtenaar doet vermoeden, de aanstelling druist in tegen het benodigde beeld van onafhankelijkheid. Daarnaast heeft het CPB volgens mij behoefte aan een directeur met een diepere wetenschappelijke achtergrond. Zonder deze achtergrond zal het moeilijk zijn interne verschillen in inzicht over analysesempty te wegen en met goede argumenten naar buiten te treden.

Er was een open procedure voor de baan, waarbij ik nog heb overwogen om te solliciteren, want het CPB is een prachtinstituut. Echter, ik ben toch meer een specialist in de wereldmarkt. Buiten de puur wetenschappelijke netwerken ben ik nu een paar dagen per maand gastonderzoeker bij de ECB en werk ik projectmatig samen met onderzoekers van de Europese Commissie, de OESO en de Wereldbank. Bij het CPB moet je juist heel breed zijn op alle economische beleidsterreinen, maar het gaat alleen maar over Nederland, een provincie van Europa. Het CPB verzorgt analyses ten behoeve van de Ministers die aan de knoppen draaien. Ik zou zeer tevreden zijn als ik door nauwe samenwerking met andere internationale experts de werking van één knop kan doorgronden, ten behoeve van bestuurders wereldwijd.


[1] Eric Bartelsman is hoogleraar bij de afdeling Economics, FEWEB, De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam, e.j.bartelsman@vu.nl