Volatiliteit van voedselmarkten: tegengaan of meegaan?

Alex Halsema - artikelAlex Halsema [1]

De scherpe prijsstijging van voedsel in de laatste drie jaar bedreigt de voedselzekerheid van minstens 100 miljoen mensen, bovenop de 800 miljoen die al voor de prijsstijging in onzekerheid leefden. Plotselinge pieken in de prijs van de eerste levensbehoeften hebben wereldwijd tot onrust en rellen geleid. Bij voedselrellen in Mozambique en Haïti in 2009 en 2010 vielen zelfs tientallen slachtoffers. Het is misschien minder bekend dat niet alleen een plotselinge prijsstijging, maar ook een abrupte prijsdaling grote gevolgen hebben. Een lage koffieprijs in Honduras leidde in 2002 zelfs tot een hongersnood. Het opvangen van prijsvolatiliteit kan, kortom, van groot belang zijn voor hongerbestrijding. Vanuit dit oogpunt praat onder andere de G20 over de gevolgen van prijsvolatiliteit en komt met aanbevelingen om deze aan te pakken.empty[2]

Anno 2011 is volatiliteit van voedselprijzen dan ook een hot issue.   De discussie richt zich op  vragen als: Hoeveel last heeft de consument van volatiliteit? Wat is het effect op de boerenbedrijven? Zijn vooral de stedelijke bevolking en de boeren in arme landen  de dupe van de volatiliteit? Bedreigt de volatiliteit hun voedselzekerheid?  Is volatiliteit een vaststaand gegeven of kunnen we er iets aan doen? Kunnen we de gevolgen van volatiliteit opvangen? Dit soort vragen motiveert onderzoek op het gebied van volatiliteit bij de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van de VU (SOW-VU). Dit artikel gaat kort in op de oorzaken en gevolgen van volatiliteit en bespreekt beleidsmaatregelen om volatiliteit te verminderen of om met de gevolgen ervan om te gaan.

Volatiliteit is een natuurlijk gevolg van de landbouwcyclus

Ieder jaar wordt op het noordelijk halfrond rond maart al het graan geoogst. De vraag naar graan is echter verspreid over het hele jaar. De voorraadschuren zijn net voor de oogst dus vrijwil leeg. De voorraad stijgt en de prijs daalt wanneer de nieuwe oogst binnenkomt om daarna geleidelijk te dalen, respectievelijk te stijgen (“zaagtandpatroon”). Prijsbewegingen zijn dus kenmerkend voor agrarische markten. Naast deze cyclische prijsontwikkeling door het jaar is er ook een prijsbeweging die wordt veroorzaakt door schommelingen in de jaarlijkse oogst door de invloed van het weer en andere onvoorziene omstandigheden.

Volatiliteit is ook een gevolg van exportbeperkingen, subsidies op biobrandstoffen en financiële innovatie

In de discussie over de oorzaken van prijsvolatiliteit wordt ook vaak de nadruk gelegd op de invloed van de financiële sector en op beleidsmaatregelen die een grotere volatiliteit zouden veroorzaken. Zo leiden exportstops, zoals afgelopen jaar in Rusland en eerder in India en Vietnam, tot een explosie van de graanprijzen op de wereldmarkt. Gesubsidieerde biobrandstoffen zorgen, naast een krappere graanmarkt door voedsel in de tank te stoppen, ook voor een koppeling van de voedselmarkt aan de oliemarkt. De subsidies zorgen er namelijk voor dat olie en graan economisch uitwisselbaar zijn en prijsschommelingen in de oliemarkt doorwerken in de graanmarkt.

De financiële sector zou ook volatiliteit op de voedselmarkten kunnen veroorzaken. Om zichzelf te verzekeren van een vaste prijs en om kosten vóór te financieren, verkopen boeren hun oogst via termijncontracten die onder andere door financiële instellingen worden gekocht. Ook hier geldt dat door de koppeling van de voedselmarkt aan een andere markt de volatiliteit van de één kan doorwerken in de volatiliteit van de ander, maar hierover is nog geen overeenstemming bereikt.

Tegengaan van volatiliteit - beleidsmaatregelen

Beleid dat volatiliteit probeert tegen te gaan kan zich richten op de graanmarkt zelf (herzien van EU biobrandstoffenbeleid en tegengaan van exportstop door de WTO) of op de financiële sector. Het reduceren van volatiliteit vanuit de financiële sector vraagt niet zozeer toezicht op geldstromen, maar op de financiële producten. De financiële producten moeten voldoen aan bepaalde eisen zodat de kans op “kettingbotsingen” in het financiële verkeer afneemt. Het financiële verkeer is in dit opzicht als het autoverkeer: het is onmogelijk te reguleren welke route iedere auto rijdt, maar wel waar auto’s aan moeten voldoen voor ze veilig de weg op mogen.

Bovengenoemde maatregelen zouden een dempend effect kunnen hebben op de volatiliteit op de voedselmarkten. Tijdelijke exportstops zijn echter moeilijk te verbieden en het is ook onmogelijk om de landbouwsector voor 100% te beschermen tegen de volatiliteit van de oliemarkt en de financiële wereld. Anticipatie op de resterende volatiliteit is daarom ook cruciaal.

Meegaan met de volatiliteit– anticiperen op lage prijzen (de boeren)

Boeren kunnen zich soms verzekeren tegen plotselinge, onverwachte prijsdalingen, maar dan moet de boer wel de premie kunnen betalen. Om van een stabieler inkomen verzekerd te zijn kan de boer ook overgaan op producten die minder onderhevig zijn aan prijsfluctuaties, of proberen buiten de landbouw een deel van zijn inkomen te halen. De boer kan ook proberen meer risicodragend kapitaal aan te trekken en zo een deel van het risico afwentelen op de aandeelhouders. Tenslotte zou hij zijn risico kunnen spreiden door middel van ketenintegratie of langlopende contracten, waarbij de voedselverwerkende industrie in principe een deel van de volatiliteit zou kunnen opvangen.

Meegaan met de volatiliteit– anticiperen op hoge prijzen (de consumenten)

Consumenten, en dan vooral de landlozen en de armen in de stad, kunnen zich niet via verzekeringen wapenen tegen – in hun geval –  prijsstijgingen. Het kan dus nodig zijn aparte voorzieningen te treffen. Zo kunnen sociale vangnetten of werkgelegenheidsprogramma’s voor een (tijdelijk) extra inkomen zorgen zodat de armen toch voedsel kunnen kopen. 

Volatiliteit van voedselmarkten: tegengaan of meegaan?

Volatiliteit op de voedselmarkten kan zeer nadelige gevolgen hebben. Dit geldt zowel voor boeren die hun bestaanszekerheid bedreigd zien door zeer lage prijzen, als voor consumenten waarvan de voedselzekerheid wordt bedreigd door extreem hoge prijzen.  Hoewel volatiliteit voor een groot deel een onvermijdelijk gevolg is van de landbouwcyclus, kan slecht economisch beleid het wel aanwakkeren, terwijl goed beleid juist temperend kan werken. Het zaagtandpatroon zal echter nooit helemaal verdwijnen en dus zal anticipatie nodig zijn.

 

empty[empty1] Alex Halsema is post-doc onderzoeker bij de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening (SOW-VU), De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam, a.n.halsema@vu.nl. Hij dankt Michiel Keyzer, Bart van den Boom en Lia van Wesenbeeck voor hun bijdrage.

empty[empty2] Zie het recente rapport “Price Volatility in Food and Agricultural Markets: Policy Responses”, http://ictsd.org/downloads/2011/05/finalg20report.pdf