Interview met Cees Withagen

Cees Withagen artikelCees Withagen [1] heeft onlangs de ERC advanced Grant gehonoreerd gekregen. Hij heeft samen met Rick van der Ploeg, met wie hij de aanvraag schreef, bijna 3 miljoen euro toegewezen gekregen voor zijn onderzoek “Combating Climate Change: Political Economy of Green Paradoxes.”

Is deze beurs de kroon op je werk?

Van de ene kant niet, omdat het om nieuw onderzoek gaat. Van de andere kant wel, omdat de beoordelaars er blijkbaar vertrouwen in hebben dat het iets moois gaat worden.   Voor de ERC Advanced Grant waren deze ronde 2009 aanvragen.  Daarvan zijn er maar 266 gehonoreerd. Ik ben maanden bezig geweest met het onderzoeksvoorstel. Dat heb ik april vorig jaar ingediend. In december hoorde ik dat ik de prijs gekregen had en ik was er uiteraard heel gelukkig mee. Nederland heeft niet zo heel veel van dit soort subsidies toegewezen gekregen, dus het is best uniek. Ik heb heel veel felicitaties gekregen. Het was hartverwarmend om zoveel reacties te krijgen van collega’s, van het  faculteitsbestuur, het College van Bestuur en mensen van andere afdelingen.

Wat houdt het onderzoek precies in?

Wij gaan onderzoek doen naar  de “groene paradox.” Deze paradox houdt in dat milieubeleid, hoewel goed bedoeld, in de praktijk verkeerd uit kan pakken. Milieubeleid is hier klimaatbeleid en dat is erop gericht de uitstoot van CO2 te beperken. Dat kun je doen door de belangrijkste factor, het gebruik van fossiele brandstoffen, te beperken. Volgens de economische theorie is de beste manier om dat te doen het heffen van belasting op koolstof, want dat zet mensen ertoe aan minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Maar daar zien we nog niet zoveel van terug. Een alternatief is om andere energiebronnen, zoals zonne- en windenergie, te stimuleren met subsidies.  De overheid hoopt dat op die manier de vraag naar fossiele brandstof zal afnemen. In theorie zou dat heel goed kunnen werken, maar wij hebben daar onze twijfels over.

Het zou namelijk heel goed kunnen dat oliesjeiks aan zien komen dat de prijs van hun olie op lange termijn niet boven de prijs van zonne- en windenergie zal uitkomen. Dat zou ze er toe aan kunnen zetten hun olie versneld uit de grond te gaan halen. Ze moeten dat spul toch kwijt. Als ze zien dat ze op lange termijn geen winst meer kunnen maken, zullen ze op korte termijn juist meer olie op de markt brengen om er toch nog aan te kunnen verdienen. Dan krijg je dus precies het tegenovergestelde van wat je beoogt.  Op korte termijn gaat er dan meer olie, steenkool en gas verbruikt worden. Dat leidt dan juist weer tot méér CO2 uitstoot. Wij gaan onderzoeken wanneer en of dit probleem zich voor zal doen in de toekomst.

Hoe gaan jullie dat onderzoeken?

We, Van der ploeg en ik, gaan er veel tijd insteken. We kunnen twee postdocs en vier promovendi aanstellen. Die krijgen allemaal een deelterrein waarop ze onderzoek gaan doen. We zullen onder andere onderzoek doen naar de omstandigheden in de markt. Een groot deel van het project wordt gewijd aan de empirie. Hoe zit het daadwerkelijk met extractiekosten van olie en de kosten van zonne-energie? We nemen daarin natuurlijk mee dat er verschillen zijn, over de hele wereld gezien. We hebben te maken met verschillende spelers, die op hun beurt allemaal met afzonderlijke vormen van beleid te maken hebben. We moeten dus van het idee van één wereldeconomie afdalen naar een systeem van meerdere spelers die eigen beleid voeren. Hoe komt het nou dat het moeilijk is om goede emissiebelasting in te voeren? Waarom zijn overheden daar bang voor? Is het de concurrentie of de politiek? Er is op dit moment nog niet heel veel van te zeggen.

Hoe is de samenwerking met Rick van der Ploeg ontstaan?

In 1990 hebben we samen een artikel gepubliceerd over milieu. Daarna ben ik hem uit het oog verloren, want hij ging de politiek in. Na vier jaar verscheen hij weer in de wereld van de economen. In 2009 heb ik hier op de VU een groot milieueconomencongres georganiseerd en daarvoor  heb ik hem uitgenodigd als gastspreker. We hadden destijds dus veel contact en kwamen op het idee om weer eens wat samen te doen. We werden allebei zo door de Green Paradox gegrepen dat we daar gewoon een jaar aan gewerkt hebben. Ik vind  het ontzettend leuk dat ik Rick hierheen heb kunnen halen. We hopen heel veel met elkaar te kunnen doen de komende jaren. Rick heeft een hoofdaanstelling bij de Universiteit van Oxford. Daar blijft hij voor 0,7 fte werken en hier komt hij voor 0,3 fte.

Wat gaat er de komende tijd gebeuren?

Eind juni is er een grote conferentie van milieueconomen in Rome. We hopen dan sollicitatiegesprekken te kunnen voeren om zo de rest van het team samen te kunnen stellen. Ik hoop dat we goede promovendi en postdocs gaan krijgen. Ik denk dat er veel belangstelling voor de vacatures is, maar wij willen alleen de echte toppers binnenhalen. Het is prettig om te werken met mensen die een grote mate van zelfstandigheid hebben. Ik wil me graag met de inhoud bezighouden en dat mag niet verwateren door managementtaken.

Er komen vier promovendi en dat moet leiden tot vier goede proefschriften. Wij zijn nu al druk bezig met het schrijven van artikelen. Verder is er momenteel op beleidsterrein veel aandacht voor het onderwerp, dus we hopen ook dat we de beleidsmakers kunnen interesseren. Binnenkort krijgen we een gesprek met de topmensen van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Als er in Nederland een debat ontstaat over bijvoorbeeld het wel of niet subsidiëren van zonne- of windenergie, dan willen we daar graag aan deelnemen. Maar voor mij is het allerbelangrijkste dat wat ik doe in internationale economische tijdschriften komt. Ik zou het wel heel jammer vinden als er in de praktijk niets mee gebeurt. Maar mijn hart ligt vooral bij de wetenschap.


[empty1] Cees Withagen is hoogleraar milieueconomie bij de afdeling Ruimtelijke Economie, de Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam, c.a.a.m.withagen@vu.nl