Economische Waardering van Erfgoed

Historisch centrum van Amsterdam (Maurice de Kleijn)

In de afgelopen jaren is door de afdeling Ruimtelijk Economie veel onderzoek verricht naar economische waardering van erfgoed. Het onderzoek was er op gericht om de maatschappelijke baten van dat erfgoed – die in tegenstelling tot de kosten van onderhoud, restauratie, enzovoorts niet direct zichtbaar zijn – voor het voetlicht te brengen. Het onderzoek werd uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Jan Rouwendal die er zijn inaugurale rede aan wijdde.

Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met Platform 31, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de gemeenten Dordrecht, Haarlem, Helmond en Zaanstad. De activiteiten hebben plaatsgevonden in onder de vlag van het interdisciplinaire onderzoeksinstituut CLUE.

In het onderzoek naar de economische waardering van erfgoed zijn een viertal subthema´s geformuleerd:

1. Locatiegedrag van huishoudens

Dit subthema houdt zich bezig met de impact van cultureel erfgoed op de locatiekeuze van huishoudens. Cultureel erfgoed is één van de voorzieningen die de buurt aantrekkelijk maakt voor (potentiële) inwoners. Als huishoudens zich graag vestigen in de buurt van cultureel erfgoed, betekent dit dat er een hogere vraag is naar woningen in gebieden met cultureel erfgoed. Een hogere vraag resulteert – ceteris paribus – in een hogere woningprijs. Dit subthema richt zich dan ook op de vraag in hoeverre cultureel erfgoed de verschillende woningprijzen tussen locaties verklaard. Met name zijn wij geïnteresseerd in welke typen huishoudens meer bereid zijn te betalen voor woningen in de buurt van cultureel erfgoed. Marlet & Poort (2005) beweren dat de aanwezigheid van cultureel erfgoed hoogopgeleide huishoudens aantrekt. Bovendien, locaties waar hoogopgeleiden wonen trekken meer bedrijven aan en doen het economisch beter dan andere locaties (Florida, 2002; Marlet & van Woerkens, 2005). Met behulp van econometrische technieken schatten wij de betalingsbereidheid van verschillende typen huishoudens op verschillende soorten van cultureel erfgoed.

Het onderzoek maakt gebruik van een econometrisch model die in de internationale economische literatuur steeds meer bekendheid krijgt (Bayer, McMillan en Rueben, 2004; Kuminoff, Smith en Timmins, 2010; van Duijn en Rouwendal, 2012a). Het ‘Equilibrium Sorting Model’ is het werkpaard van dit onderzoek. De input is de informatie over huishoudens, de locatie van elk huishouden en gegevens over de locaties. Het begrip locatie is hier heel flexibel, aangezien dit betrekking kan hebben tot een buurt, wijk, gemeente of een bepaald type woning. In de resultaten richten wij ons op alle Nederlandse gemeenten. Dat wil zeggen dat wij informatie hebben over het cultureel erfgoed per gemeente, gegevens over de gestandaardiseerde, oftewel vergelijkbare, woningprijzen per gemeente en vele andere karakteristieken van de gemeente die locatiekeuze beïnvloeden. Al deze informatie wordt in het model gecombineerd en dat resulteert in de betalingsbereidheid van verschillende typen huishoudens voor allerlei gemeentekarakteristieken. We maken daarbij expliciet onderscheid tussen de betalingsbereidheid voor cultureel erfgoed in de eigen gemeente en de betalingsbereidheid voor cultureel erfgoed in omliggende gemeenten. Doordat het model een structureel model is, mogen we er van uitgaan dat de parameters niet veranderen als gevolg van beleid. Dat betekent dat we beleidsveranderingen kunnen simuleren met het model, en zo een indruk kunnen krijgen van de effecten van zo’n verandering. Zo kunnen we bijvoorbeeld een schatting maken van de verandering in de prijs van woningen in een gemeente als de kenmerken van die gemeente veranderen. Op deze manier kunnen we aan allerlei (beleids)knoppen draaien en een schatting maken van de consequenties. Gezien het cultureel erfgoed centraal staat, zullen wij ons hier voornamelijk op richten.

2. Vastgoedwaarden

Dit subthema houdt zich bezig met de impact van cultureel erfgoed op de vastgoedwaarden. De waarde van vastgoed bestaat uit vele determinanten, zoals de karakteristieken, locatie, preferenties van huishoudens, et cetera. De impact van deze determinanten zijn vaak niet constant over de tijd maar veranderen door schokken in de economie, door veranderingen in preferenties van huishoudens, en dergelijke. In de literatuur wordt steeds meer aandacht besteed aan de kwaliteit van de buurt waarin het vastgoedobject zich bevindt, bijvoorbeeld de aanwezigheid van stedelijke voorzieningen. Deze kunnen een substantieel effect hebben op de waarde van het vastgoed (zie bijvoorbeeld, Navrud & Ready, 2002; Snowball, 2008). Cultureel erfgoed is een determinant waar het onderzoek zich op richt. We zijn in dit subthema geinteresseerd naar de vraag wat de contributie is van cultureel erfgoed op de waarde van het vastgoed in Nederlandse steden. Door de aanwezigheid van cultureel erfgoed mee te nemen in het kwantitatieve onderzoek, is het mogelijk om de waarde van het cultureel erfgoed ten opzicht van de vastgoedwaarde te schatten. Op deze manier is het mogelijk om de sociale baten te analyseren met betrekking op cultureel erfgoed.

3. Locatiegedrag van bedrijven

Steden die op het terrein van de creatieve sector en de kenniseconomie een belangrijke rol willen spelen dienen er in de eerste plaats voor te zorgen dat ze een aantrekkelijke locatie zijn voor werkers in deze sectoren. De woonvoorkeuren van deze werkers verdienen daarom aandacht. De beleidsvraag is in welke mate het versterken van cultureel erfgoed in een stedelijk gebied kan helpen om werkers in de creatieve sector naar een stad te lokken en degenen die daar al wonen aan een stad te binden (Franke et al., 2005). Daarnaast staat centraal dat bedrijven uit de creatieve industrie mogelijk aangetrokken worden door cultureel erfgoed en bijvoorbeeld een belangrijke gebruiker kunnen zijn van panden op verouderde bedrijventerreinen.

  • Dit onderzoek richt zich op de volgende onderzoeksvragen:
  • Wat zijn de locatiepatronen van de creatieve industrieën en bedrijven in een selectie van stedelijke gebieden of delen daarvan?
  • Welke ruimtelijke gebiedskwaliteiten zijn economisch, sociaal, technologisch en cultureel aantrekkelijk voor creatieve bedrijven en talent?
  • Vergroot cultuur daadwerkelijk de vestigingsaantrekkelijkheid (e.g. essentiële ontmoetingsplaatsen waar kennisuitwisseling plaatsvindt) voor creatieve bedrijven in regio’s en steden?
  • Is er een samenhang tussen locatiepatronen van creatieve bedrijven met dimensies van cultureel erfgoed in een selectie van steden?
  • Zijn er verschillen in het cultureel aanbod en erfgoed tussen regio’s en steden samenhangend met verschillen in vestigings-, werkgelegenheids- en inkomensgroeicijfers?
  • Zijn er locatieveranderingen van creatieve bedrijven in een selectie van stedelijke gebieden of delen daarvan (e.g. vanwege agglomeration economies)?
  • Zijn er veranderingen in de clustervorming van creatieve bedrijven in een selectie van stedelijke gebieden of delen daarvan na maatregelen die van invloed waren op de kwaliteit van cultureel erfgoed (e.g. herontwikkeling van oude industriële terreinen, nieuwe bedrijvigheid in de oude stadscentra en nieuwe werkgelegenheid)?

4. Toerisme

Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden. Historische binnensteden worden gezien als belangrijke trekkers in het toeristisch aanbod aan bezoekers van bepaalde gebieden. Onderzoek naar de economische neerslag van toerisme is cruciaal om inzicht te krijgen in wat bezoekers waarderen op een bestemming. De belangrijkste vraagstelling in dit onderzoek is: ‘Wat is het belang van cultureel erfgoed voor de toerist?’ Op basis van data over recreatiegedrag in Nederland wordt de rol van erfgoed bestudeerd. Van belang is te weten te komen wat de economische neerslag is van deze vorm van toerisme, zowel op stedelijk als nationaal niveau. We beschrijven het vakantiegedrag van Nederlanders, de vakantiebestemmingskeuzes en de dagrecreatiebestemmingskeuzes binnen Nederland, en de rol van het op de bestemming aanwezige cultureel erfgoed. Welke rol speelt cultureel erfgoed bij het maken van beslissingen over een vakantie? Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan beslissingen over bestemming, besteding, activiteiten, en groepsgrootte. Naast de bezoeken met een overnachting, worden ook dagtrips onderzocht. Uit ons onderzoek blijkt dat cultureel erfgoed een positieve rol speelt bij de bestemmingskeuze van een toerist. En dat bezoekers bereid zijn om verder te reizen voor bestemmingen waar (meer) erfgoed aanwezig is.

Een interactieve kaart met een selectie van de onderzoeksresultaten.