VBA Investment Management


Inhoud van de studie

De opleiding leidt studenten op tot professionals die in staat zijn om beleggingsvraagstukken zelfstandig, in beleggingsteams of in multidisciplinaire teams te analyseren en op te lossen.

Eindkwalificaties

Om te kunnen functioneren in bovengenoemde omgeving moet een afgestudeerde student zich een aantal competenties hebben eigengemaakt. Daartoe zijn eindkwalificaties geformuleerd.  Een student van de opleiding Investment Management  moet bij het afronden van de opleiding beschikken over de volgende eindkwalificaties:

  1. Kennis van en inzicht in de voor de allround beleggingsdeskundige relevante onderdelen van de economische theorie en praktijk op WO-Master niveau. Bijzondere aandacht geldt daarbij voor strategische asset-allocatie, kenmerken en waardering van verschillende vermogenstitels, het beheer van portefeuilles, de rol van het menselijk gedrag (behavioural finance) bij beleggen, risicomanagement en het analyseren van ondernemingen vanuit een beleggersperspectief.
  2. Kennis van en inzicht in het beleggingsproces waarbinnen beleggingsbeslissingen worden geïnitieerd, voorbereid en gecontroleerd. Hiertoe behoren ook ethiek, wet- en regelgeving en corporate governance.
  3. Kennis van en inzicht in de beleidsaspecten die zich op het terrein van de beleggingsdeskundige  voordoen.
  4. Academische vaardigheden om kennis te verzamelen, te analyseren, te interpreteren en te verwerken in oplossingen voor praktijk- of theoriegerelateerde beleggingsproblemen en dit over te brengen aan belanghebbenden.
  5. Vaardigheden om op wetenschappelijk verantwoorde wijze multi- en interdisciplinaire vraagstukken in de beleggingspraktijk op te lossen.
  6. Een ‘sense of urgency’ om op de hoogte te blijven van relevante ontwikkelingen in de theorie en de praktijk van het vakgebied.

 

Per onderwijsmodule zijn leerdoelen geformuleerd die in relatie staan met 1 of meer van bovenstaande eindkwalificaties.

Capita Selecta

Coördinator: Prof. Dr. T.B.M. Steenkamp

Aan het begin en aan het eind van het eerste collegejaar komen de volgende onderwerpen voorbij:

Introductie

Econometrie en Statistiek voor Beleggingsprofessionals (begin 1e jaar) Er wordt overnacht op locatie.

De werkcolleges ´Econometrie en Statistiek voor Beleggingsprofessionals´ gelden als voorbereiding op de colleges voor de post-graduate opleiding Investment Management. In het verleden is gebleken dat de kwantitatieve onderdelen van de opleiding een hindernis vormen voor veel studenten. Deze colleges van 2 halve dagen zijn er op gericht de noodzakelijke kwantitatieve basis te leggen voor de rest van de opleiding. Er wordt veel geoefend wordt met de stof. Het accent ligt hierbij op het verwerken en toepassen van de leerstof.

Leerdoelen
Het programma van dit onderdeel heeft de volgende leerdoelen, gericht op het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • de ‘momenten’ van een verdeling kunnen berekenen en interpreteren
  • kunnen werken met de normale verdeling en continue / logaritmische rendementen uit kunnen rekenen
  • het risico van een beleggingsportefeuille uitrekenen
  • een regressie uitvoeren en deze interpreteren (coëfficiënten, standaard fouten, t-waarden, p-waarden en R-kwadraat)
  • een VAR model kunnen schatten en interpreteren
  • matrices vermenigvuldigen
  • middels optimalisatie een beleggingsportefeuille construeren met het minste risico gegeven een geëist rendement (onder restricties).

 Investment Beliefs

Het tweede onderdeel wordt gegegven aan het eind van het eerste collegejaar en beslaat een ochtend- en middagcollege mte als onderwerp Investment Beliefs.

Actuele kennis over de geleerde theorieën, methoden en technieken zal in dit discussie college gebruikt worden en diverse aspecten komen hierbij samen.

Dit is een interactief instructiecollegecollege, waarbij studenten in groepen de diepere onderliggende beleggingsovertuigingen van hun eigen organisatie (of die van hun collega’s) zullen bespreken en bediscussiëren. Actuele kennis over de geleerde theorieën, methoden en technieken zal in dit discussie college gebruikt worden en diverse aspecten komen hierbij samen.

Leerdoelen:
Het programma van Investment Beliefs heeft de volgende leerdoelen, gericht op het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • kennis over beleggingsprocessen, de performance en de keuzes hierin
  • kennis van de debatten die spelen bij de belangrijkste keuzes die in het beleggingsproces gemaakt kunnen worden
  • kennis van beleggingsovertuigingen: financiële theorieën in de praktijk

Ga naar boven

Macro-economie en financiële markten

Coördinator: Drs. H. de Jong

Dit blok bestaat uit 6 hoorcolleges en 1 plenaire casusbespreking

Inhoud 
Macro-economie staat in het middelpunt van de belangstelling. Overheden die experimenteren met economische stimuleringspakketten, centrale banken die financiële markten proberen te stabiliseren en tegelijkertijd potentiële inflatie proberen te vermijden – toepassingen van economische theorieën in optima forma. Beleggers voeren ALM-studies uit waarbij macro-economische en financiële scenario’s nodig zijn om het beleid van het pensioenfonds of verzekeraar te analyseren. De analyses worden steeds realistischer gemaakt, waarbij besturen en beleggers steeds meer nadruk leggen op analyse van de neerwaartse scenario’s.

Dit blok analyseert de koppeling tussen de macro-economische en monetaire theorieën, van belang voor de bepaling van productie, werkloosheid, inflatie, rentevoeten, wisselkoersen, en andere variabelen die van centraal belang zijn voor de economie. Daarbij zal de nadruk liggen op de relatie met de financiële markten. Essentieel hiervoor is een goed begrip van de werking van de gangbare economische theorieën. Grofweg worden de colleges als volgt opgebouwd:

  • Macro-economisch beleid
  • Monetair beleid
  • Economische groei
  • Conjunctuurcycli
  • Scenario analyse

Leerdoelen
Het programma in dit blok heeft de volgende leerdoelen voor het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • Een goed begrip van de dynamiek van economische groei. In eerste instantie wordt de aandacht gericht op de korte termijn en wat daarbij de drijvende krachten zijn. Via het IS/LM-model wordt inzichtelijk gemaakt hoe begrotingsbeleid en monetair beleid invloed kunnen hebben op het economisch proces. De student is in staat zich in een willekeurige omgeving een oordeel te vormen over de economische groeiperspectieven op korte termijn.
  • Een goed begrip van de drijvende krachten voor economische groei op lange termijn. Hierbij wordt duidelijk gemaakt dat er tegenstellingen bestaan tussen korte en lange termijn. Mogelijkheden voor beleidsmakers om de economische groei op lange termijn te beïnvloeden komen aan bod.
  • De student kan zich op basis van economische groeitheorie en eigen praktijkwaarnemingen een oordeel vormen over de merites van de diverse gezichtspunten in de discussie omtrent secular stagnation.
  • Kennis van en inzicht in hoe het geld- en bankwezen functioneert en welke rol zij spelen in het economisch proces. De student is in staat te doorzien hoe het heersende geldstelsel een rol speelt in de economie.
  • Op basis van de verworven inzichten onder onderdeel 3 wordt behandeld hoe inflatoire en deflatoire processen in de economie kunnen ontstaan, wat de gevolgen zijn en wat beleidsmakers kunnen doen om ongewenste gevolgen tegen te gaan. Speciale aandacht is er daarbij voor het monetaire beleid: hoe werkt het, welke instrumenten zijn beschikbaar en hoe is het monetaire beleid de laatste jaren gevoerd? De student is in staat een oordeel te vellen over de vooruitzichten voor in- en deflatie en over de rol van centrale banken.
  • De verworven theoretische kennis wordt gebruikt om de crisis vanaf 2007/08 systematisch te doorgronden. Wat waren/zijn de problemen, wat hebben beleidsmakers gedaan om de pijn te verzachten en tot oplossingen te komen, hoe hebben financiële markten zich hierbij gedragen? De student is in staat om de ontwikkelingen van de laatste jaren systematisch in perspectief te plaatsen op basis van theoretische inzichten.
  • Het kunnen 'lezen' van financiële markten. Prijsvorming van financiële titels komt tot stand op basis van de voorkeuren en inzichten van veel spelers. Het collectieve intellect van de markt is daarmee zeer groot. Het is van belang te begrijpen wat de impliciete boodschap is die ligt opgesloten in de prijsvorming van financiële titels. De student is in staat op diverse terreinen te interpreteren wat markten hebben ingeprijsd ten aanzien van de belangrijkste economische variabelen en het (monetaire) beleid.
  • Inzicht verschaffen in de eigen dynamiek van opkomende landen. Daarbij richt de aandacht zich niet alleen op cyclische aspecten van deze landen maar ook vooral op de risico's die in dit soort economieën spelen die in ontwikkelde economieën minder of zelfs in het geheel niet aanwezig zijn. Het gaat daarbij dan vooral om vraagstukken omtrent de kredietwaardigheid van de sovereign. De student is in staat diverse risico's te onderscheiden in opkomende landen alsmede een oordeel te vellen over de dynamiek van de (overheids)schuld in dit soort landen.

Literatuur

  • Mankiw N. Gregory, Macroeconomics, Macmillan, Worth Publishers, 9th edition, 2015
  • Artikelen 

Ga naar boven

Fundamentele analyse en waardering

Coördinator: Drs. J.F. Veldman RA

Dit blok bestaat uit 8 hoorcolleges en 1 casucollege

Inhoud
In deze module wordt de student bekend gemaakt met fundamentele analyse. Er is aandacht voor methoden en technieken die hem uiteindelijk in staat te stellen bedrijven en aandelen op een correcte wijze te waarderen. De insteek is een praktische met toepassingen in Corporate Finance.
In de eerste drie colleges worden de basisbegrippen uit de Financial Statement Analysis behandeld.

Binnen het onderdeel Corporate Finance wordt onder andere ingegaan op investeringsselectiemethoden en ondernemingswaardering. Er wordt in het bijzonder stilgestaan bij de invloed van de vermogensstructuur op de waarde van de onderneming.

Leerdoelen
Het programma vann deze module heeft de volgende leerdoelen, gericht op het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • Verkrijgen van elementaire kennis op het terrein van verslaggevingsregels;
  • Beheersen van basisvaardigheden van financial statement analysis;
  • Investeringsprojecten (waaronder fusies en overnames) binnen bedrijven op hun merites kunnen beoordelen;
  • Bedrijven kunnen waarderen aan de hand van de WACC- en APV-methode;
  • Voorstellen maken over corporate finance beslissingen en besluiten daarover analyseren.

Literatuur

  • Walton, P. and W. Aerts, 2013, Global Financial Accounting and Reporting (3rd edition).
  • Berk, J. and P. DeMarzo, 2013, Corporate Finance, Pearson, 3e Global edition.
  • Artikelen 

Ga naar boven

Portefeuilletheorie en asset-allocatie

Coördinator: Prof. dr. T.B.M. Steenkamp
Dit blok bestaat uit 10 interactieve (hoor)colleges. Tevens dient in groepsverband een paper te worden geschreven.

Inhoud
Na de bepaling van doelstellingen, preferenties en randvoorwaarden van de belegger is de asset-allocatie meestal de eerste stap in het vermogensbeheerproces. In dit blok staat de theorie en praktijk van de asset-allocatie centraal. Onder asset-allocatie wordt de verdeling verstaan van het vermogen in brede categorieën van vermogenstitels. De asset allocatie wordt in het algemeen gezien als de belangrijkste beslissing in het vermogensbeheerproces. De mate van gedetailleerdheid in de verdeling over asset-categorieën verschilt in de praktijk tussen diverse (institutionele) vermogensbeheerders. Zo kunnen in de asset-allocatie fase naast de drie “traditionele” categorieën aandelen, vastrentend en onroerend goed ook vermogenstitels als commodities, derivaten, alternatives, valuta's e.d. worden onderscheiden en kan een differentiatie worden gemaakt tussen landen en regio's. Belangrijke onderdelen in dit blok zijn:

  • Wat is asset-allocatie en wat is het (relatieve) belang?
  • Portefeuilletheorie: verwachte nutstheorie en het mean-variance (MV) model
  • Praktische implementatieproblemen van het MV-model
  • Asset-allocatie en de beleggingshorizon
  • Schattingsrisico, Bayesiaanse oplossing, Black & Litterman model
  • Asset and Liability Management (ALM)
  • Rebalancing

Leerdoelen
Het programma in dit blok heeft de volgende leerdoelen, gericht op het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • Een goed begrip van wat onder asset allocatie wordt verstaan, waarom er een onderscheid is tussen strategische- en tactische asset allocatie, wat het belang is van asset allocatie voor de performance en de belangrijkste kenmerken van de eigenaren van de “assets”.
  • Toepassing en berekening van begrippen als Permanent Inkomen, verplichtingen van pensioenfondsen en bestedingsregels van endowments.
  • Een grondige kennis van de eigenschappen van verschillende nutsfuncties en de academische theorie van portefeuille-allocatie. Toepassing van begrippen als absolute- én relatieve risicoaversie, expected monetary value, expected utility en zekerheidsequivalent.  Inzicht in methoden om preferenties te meten, in het bijzonder de “loterijvragen-methode”.  Toepassing en berekening van de relatieve risicoaversie op basis van de uitkomst van loterijvragen. Inzicht in de wijze waarop een asset allocatie van een DC-pensioenplan kan worden afgeleid op basis van een CCRA nutsfunctie.
  • Kennis van en inzicht in de mean-variance portefeuilletheorie. Toepassen en berekenen van een MV-optimale portefeuille met en zonder valutarisico. Afleiden van een MV efficiënte grenslijn met en zonder een risicoloze asset.  Kennis van en inzicht in de belangrijkste problemen van een MV-analyse. Toepassen en uitleggen van de simulatie- en backtesting methoden voor het analyseren van schattingsrisico. Toepassen begrippen downside risico, centraal limiet theorema, bayesiaanse statistiek (prior en posterior verdeling) en het Black&Litterman model. 
  • Een goed begrip van de verschillende alternatieve portefeuille-constructie modellen. In het bijzonder heeft de student kennis van en inzicht in de resampling-methode, verschillende risk parity modellen inclusief en exclusief leverage, de All weather benadering en factor investing. De student kan zelfstandig backtesting onderzoeken naar de performance van de verschillende alternatieve modellen uitvoeren. Tevens kan de student empirisch onderzoek op het gebied van factor investing zelfstandig uitvoeren.
  • Een goed begrip van de dynamische portefeuilletheorie.  Kennis van en inzicht in de wijze waarop  economische voorspellingen tot stand komen. Inzicht in het rebalancingproces van portefeuilles en de verschillende verschijningsvormen.
  • Kennis van en inzicht in de theorie en empirie van het life cycle beleggen. Toepassing van een eenvoudig lifecyclemodel, berekening van een annuïteit en human capital. Toepassing van de human capital theory op andere situaties dan het pensioensparen.
  • Kennis van en inzicht in het oplossen van multidisciplinaire beleggingsvraagstukken. De student leert samen te werken en taken te verdelen. De student leert hoe op academisch niveau zelfstandig data verzameld dient te worden en hoe bronnen gevonden moeten worden. Daarnaast leert de student op een gestructureerde en heldere wijze mondeling en schriftelijk te presenteren over een gegeven casus op het gebied van de asset-allocatie.

Verplichte literatuur

  • Ang A., Asset Management, Oxford University Press, 2014
  • Artikelen

Aanbevolen literatuur

  • R. Michaud, Efficient Asset Management, Oxford University Press, 2nd edition 2008
  • B. Scherer, Portfolio Construction and Risk Budgeting, Risk Books, London, 2nd edition 2004
  • Campbell J.Y en L.M. Viceira, Strategic Asset Allocation: Portfolio Choice for Long Term Investors, Oxford University Press, 2002.

Bekend verondersteld
De volgende onderwerpen en bijbehorende (aanbevolen) literatuur worden voor dit blok bekend verondersteld:

  • Elementaire portefeuilletheorie: Bodie Z., A. Kane & A.J. Marcus, Investments, mcGraw-Hill, tenth (international) edition, 2014, hoofdstukken 6 t/m 11
  • Elementaire statistiek, wiskunde en regressierekening: DeFusco, McLeavy, Pinto & Runkle, Quantitative Investment Analysis, 3rd edition 2016

Ga naar boven

Beheer aandelenportefeuilles

Coördinator: Dr. D.C. Blitz

Dit blok bestaat uit 8 hoorcolleges en een casuscollege.

In dit blok staat het beheer van aandelenportefeuilles centraal. In hoofdlijnen passeren de belangrijkste stappen in het beleggingsproces de revue. We verplaatsen ons daarbij in de rol van een portefeuillemanager aandelen.
Eerst zoomen we in op het genereren van voorspellingen over het rendement van individuele aandelen. Hierbij worden moderne kwantitatieve methoden en technieken gebruikt. We zien dat de invloed van (globale) sectoren steeds groter wordt en dat het landencomponent steeds minder de verschillen in rendementen tussen aandelen verklaart. Daarom zullen we ons bezighouden met het voorspellen van sector- en beleggingsstijlrendementen, o.a. op basis van “value” en “momentum” effecten. Tevens wordt Behavioral Finance geïntroduceerd. Hiermee kan een beter begrip worden opgebouwd van allerlei anomalieën die ten grondslag liggen aan relatief hoogrenderende strategieën.
Een volgende belangrijke stap is het construeren van de daadwerkelijke portefeuille op basis van de gegenereerde voorspellingen binnen het door de klant gegeven mandaat. Ex ante risicomanagement en monitoring van de belangrijkste karakteristieken van de portefeuille ("style analysis") zijn hierbij onmisbare ingrediënten. Het eindresultaat van alle inspanningen is uiteraard de (relatieve en risicogecorrigeerde) performance van de portefeuille. Technieken voor het berekenen én het voorspellen van de performance van portefeuillebeheerders, en de attributie naar verschillende factoren, worden uitvoerig besproken. Aan de hand van casevoorbeelden en applicaties zullen de colleges en het cursusmateriaal worden vertaald naar de praktijk.
Elke beslissing van een portefeuillemanager zal uiteindelijk leiden tot transacties op de aandelenmarkt. Er zijn intussen veel mogelijkheden om deze transacties uit te voeren. Deze materie komt eveneens aan bod in een college over de trading desk.
Gedurende het blok zullen ook de in populariteit toenemende thema's corporate governance en ethiek vanuit het perspectief van een aandelenbelegger worden behandeld.

Leerdoelen
Het programma in dit blok heeft de volgende leerdoelen, gericht op het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • Een goed begrip van de theoretische relatie tussen rendement en risico in de aandelenmarkt en de verschillende methoden die kunnen worden gebruikt om deze theorieën empirisch te testen, alsmede een grondige kennis van de belangrijkste anomalieën in de aandelenmarkt die strijdig zijn met theoretische modellen en verschillende typen verklaringen die voor deze anomalieën zijn aangedragen in de literatuur.
  • Een goed begrip van de werking van risicomodellen en de interpretatie van de uitkomsten van deze modellen, alsmede methoden om verwachtingen te vertalen naar een concrete portefeuille, rekening houdend met een optimale benutting van het beschikbare risicobudget.
  • Uitgebreide kennis van de prestaties van aandelenbeleggingsfondsen, zowel hoe het gemiddelde fonds het doet als de vraag in hoeverre het mogelijk is om fondsen te identificeren die het systematisch beter doen dan het gemiddelde, om op die manier bijvoorbeeld een gefundeerde afweging te kunnen maken tussen actief of passief beleggen.
  • Kennis van de meest recente ontwikkelingen op dit vakgebied, zoals smart beta investing (ook wel factor investing genoemd), het integreren van Environmental, Social en Governance (ESG) factoren, en de opkomst van nieuwe factoren zoals ‘quality’.
  • De praktische vaardigheden om de theorie zelf te kunnen toepassen in de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld het zelfstandig kunnen back-testen van een kwantitatieve beleggingsstrategie, of het evalueren van de prestaties van een beleggingsfonds middels bijvoorbeeld een returns-based style analysis.
  • Voldoende kennis en inzicht om bestaande en nieuwe wetenschappelijke artikelen over anomalieën zelfstandig te kunnen interpreteren.

Literatuur

  • Reader met artikelen (wordt uitgereikt) 

Ga naar boven

Portefeuillebeheer vastrentende waarden

Coördinator: Prof. dr. P.A. Stork

Dit blok bestaat uit 8 hoorcolleges en een casuscollege.

Inhoud

Een belangrijk deel van de portefeuilles van institutionele en particuliere beleggers bestaat nog steeds uit vastrentende waarden. De portefeuilles bevatten al lang niet meer alleen de traditionele staatsobligaties. Een veelheid aan verschillende vastrentende producten zoals credits, high yield obligaties, emerging market debt, asset backed securities en recent ook allerhande combinaties hiervan, kenmerken de moderne portefeuille.
Het kunnen managen van de risico's en rendementen van dergelijke portefeuilles vereist dan ook een grondige kennis van rente, krediet, en liquiditeitsrisico's en de wijze waarop deze samenhangen in portefeuilleverband.
De rode draad van deze kennis wordt in de colleges door de kerndocent aangedragen en bewaakt. Gastdocenten leggen daarnaast nadruk op onderwerpen die in de praktijk van vandaag in het bijzonder in de belangstelling staan. Het blok wordt afgesloten met een casus waarin de verschillende methoden en technieken worden toegepast voor het oplossen van een actueel vastrentend probleem. Belangrijke onderdelen in dit blok zijn:

  • De risico- en rendementskenmerken en waardering van vastrentende beleggingsproducten en -strategieën
  • De risico en rendementskenmerken van de portefeuilles die de belegger in de praktijk kan tegenkomen
  • De verschillende rentemarktomstandigheden op de kapitaalmarkt en de manier waarop deze modelmatig kunnen worden nagebootst
  • De plaats van vastrentende waarden in het beleggingsproces waarbinnen de besluitvorming over beleggingsbeslissingen wordt geïnitieerd, voorbereid en gecontroleerd
  • Vaardigheid om op deze gebieden kennis te verzamelen, te analyseren en te verwerken in oplossingen voor praktijk- of theoriegerelateerde problemen.

Leerdoelen
Het programma in dit blok heeft de volgende leerdoelen:

  • Een goed begrip opdoen van de aard en werking van de vastrentende markten en vermogenstitels
  • Een grondige kennis en inzicht krijgen op post-master niveau van risico- en rendementskarakteristieken, waardering en performance-meting van de verschillende vermogenstitels die onder vastrentende waarden worden geclassificeerd.
  • Praktische kennis verwerven van de samenstelling en beheer van vastrentende portefeuilles.
  • Toepassen van kennis en inzicht door het oplossen van beleggingsvraagstukken (Nakko-casus).
  • Op een gestructureerde en heldere wijze zowel mondeling als schriftelijk kunnen presenteren (interactieve colleges en casuscollege, schrijven van een rapport).

Literatuur          

  • Fabozzi, F.J., Bond Markets, Analysis and Strategies, 9th edition, Pearson Prentice Hall
  • Artikelen(wordt uitgereikt)
Ga naar boven

Alternatieve beleggingen

Coördinator: Drs. A.J.C. de Ruiter
Dit blok bestaat uit 8 hoorcolleges en 1 casuscollege.

Inhoud
Tijdens dit blok zal een overzicht worden gegeven van de markt voor alternatieve beleggingen. Onder de noemer alternatieve beleggingen worden onder andere gerekend hedge funds, onroerend goed, grondstoffen en private equity. In de afgelopen jaren hebben de verschillende alternatieve beleggingen een sterke groei doorgemaakt, en maken daarmee een steeds groter deel uit van de institutionele beleggingsportefeuilles.
Tijdens dit blok zal eerst worden stilgestaan bij de belangrijkste karakteristieken van alternatieve beleggingen en de toegevoegde waarde van alternatieve beleggingen binnen een traditionele beleggingsportefeuille bestaande uit aandelen en obligaties. Daarna zullen we achtereenvolgens nader stilstaan bij de belangrijkste aspecten van beleggen in private equity, vastgoed, grondstoffen en hedge funds. Het blok zal worden afgesloten met een casus.

Leerdoelen
Het programma in dit blok heeft de volgende leerdoelen, gericht op het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • Een goed begrip krijgen van de aard en werking van de belangrijkste alternatieve beleggingen (kennis omtrent markten, instrumenten en strategieën)
  • Een goed begrip krijgen van de risico karakteristieken van de belangrijkste alternatieve beleggingen. Het gaat hier zowel om de statistische (verdelings)karakteristieken als ook om de meer kwalitatieve karakteristieken
  • Een goed begrip krijgen van het rendementskarakteristieken en value drivers van de belangrijkste alternatieve beleggingen, mede aan de hand van de empirische academische literatuur
  • Een goed begrip krijgen van het beheer van portefeuilles van alternatieve beleggingen. Hierbij dient de student dit beheer kunnen plaatsen in een overall portefeuille context van zowel een asset-only belegger als ook een ALM-belegger
  • Een goed begrip krijgen van de belangrijkste theorieën met betrekking tot de prijsvorming en performance van commodities, vastgoed, private equity en hedge funds.

Literatuur

  • Artikelen

Ga naar boven

Compliance, regelgeving en Ethiek

Coördinator: Prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen
Deze module bestaat uit 5 hoorcolleges.

Inhoud
Beleggen is een sterk juridisch gereguleerde activiteit. De wet- en regelgeving is sterk in beweging, zowel op Europees niveau, als op nationaal niveau. Hierbij kan gedacht worden aan de introductie van de MiFID en de Wet op het financieel toezicht (Wft).
In deze module komen een aantal onderwerpen aan de orde die het werk van de beleggingsdeskundige direct raken.

De module bestaat uit drie onderdelen. In college 1 en 2 komt wet- en regelgeving die van toepassing is op de beleggingsdienstverlening uitvoerig aan de orde. Ook relevante jurisprudentie zal hier besproken worden. College 3 en 4 zijn gericht op het voorkomen van misbruik van voorwetenschap tevens komt marktmanipulatie uitvoerig aan bod. In het vijfde (werk)college staat integer handelen en dan in het bijzonder het praktisch omgaan met dilemma’s centraal.
    

Leerdoelen
Het programma van deze module heeft de volgende leerdoelen, gericht op het bereiken van de eindkwalificaties van de opleiding:

  • Het herkennen en interpreteren van relevante wet- en regelgeving en (EU-) richtlijnen en de toezichthouders; in het bijzonder de nieuwe eisen ten aanzien van MiFID II/MiFIR;
  • Het herkennen en interpreteren van relevante wet- en regelgeving en (EU-) richtlijnen ten aanzien van marktmisbruik (zoals het voorkomen van voorwetenschap en marktmanipulatie).
  • Het interpreteren van relevante jurisprudentie op bovengenoemde thema’s en hieruit gedragsregels destilleren.
  • Het herkennen van integriteitsgevoelige dilemma's. Deze dilemma's vervolgens adresseren en op een effectieve wijze hiermee weten om te gaan.

Ga naar boven

Behavioral Finance & Risk Management

Coördinator: Dr. G. Baltussen

Dit blok bestaat uit 7 hoorcolleges

Inhoud

Behavioral finance heeft als doelstelling het beter begrijpen van financieel economische beslissingen en hun impact op financiële markten aan de hand van inzichten uit de psychologie en sociologie. Het traditionele financieel economische paradigma probeert financieel economische beslissingen en markten te begrijpen door uit te gaan van zo optimaal mogelijk handelende economische agenten en markt krachten die misprijzingen direct en snel corrigeren; m.a.w. het gaat uit van rationele beslissingsnemers. Echter, dit paradigma blijkt in vele situaties een slechte beschrijving van menselijk handelen te geven. Zo kunnen vele persistent empirische bevindingen niet met dit paradigma verklaart worden.

Wij (als mensen) handelen niet altijd op de meest optimale manier. In vele situaties vallen we ten prooi aan zogenaamde ‘gedragsvalkuilen’ die resulteren in niet-optimaal gedrag en het nemen van teveel risico’s. Wat zijn deze gedragsvalkuilen, wat zijn hun consequenties, hoe kunnen we ze herkennen, hoe gevoelig zijn we voor ze, wat is hun impact op financieel economische beslissingsituaties en markten, en hoe kunnen we hun impact beperken of zelfs voorkomen ?

Met behulp van interactieve sessies en vele praktijk toepassingen zal dit vak op deze vragen ingaan met een speciale focus op de consequenties voor, en toepassingen in financieel risico management. Participanten zullen een skillset ontwikkelen om gedragsvalkuilen en hun impact te herkennen op zowel hun eigen als andermans beslissingen zoals die van collega’s en concurrenten. Daarnaast zal men skills ontwikkelen  om de belangrijkste aspecten uit de behavioral finance te kunnen toepassen in de praktijk van beleggen en financieel risico management.

Leerdoelen.

  • Een grondige kennis van patronen in beleggers- en investerings-gedrag, waaronder inzicht in de belangrijkste psychologische concepten.
  • Een goed begrip van de impact van de psychologische concepten op beleggings-, en investerings- beslissingen en risico management. De student weet wanneer en hoe deze concepten kunnen leiden tot gedragsvalkuilen en wat de potentiele impact is.
  • Kennis van en inzicht in manieren om rationele beleggings-, en investerings- beslissingen te nemen, met speciale focus op de context van risico management.
  • Inzicht in manieren om de impact van gedragsvalkuilen op beleggings-, en investerings- beslissingen te beperken, met speciale focus op de context van risico management.
  • Kennis van en inzicht in hoe  psychologische concepten samenkomen in financiele markten en de consequenties daarvan voor het gedrag van marktbewegingen.
  • Kennis van en inzicht in het oplossen van case vraagstukken. De student leert samen te werken en taken te verdelen. De student leert hoe op academisch niveau zelfstandig data verzameld dient te worden en hoe bronnen gevonden moeten worden. Daarnaast leert de student op een gestructureerde en heldere wijze mondeling en schriftelijk te presenteren over het gegeven advies.

Literatuur

  • Artikelen

Ga naar boven

 

Derivaten

Coördinator: Drs. M. Lodewijk
Dit blok bestaat uit 9 hoorcolleges

Inhoud
Derivaten zijn financiële instrumenten die hun waarde ontlenen aan de waarde van een andere onderliggende (bijv. aandelenprijzen, rente, inflatie, temperatuur of kredietwaardigheid). Derivaten kunnen gebruikt worden voor verschillende doeleinden, zoals risicomanagement (het afdekken van posities), speculatie, arbitreren of het creëren van synthetische posities. De meest bekende derivaten zijn forwards, swaps en opties.

De basisprincipes van derivaten worden in deze collegereeks niet alleen uitgewerkt vanuit een economisch perspectief. Er zal ook worden ingegaan op de invloed van wet en regelgeving, accounting en de stakeholders van de onderneming.

In de collegereeks zal verder uitgebreid worden ingaan op post-crisis waarderen, XVA’s, de rol van collateral management, centrale tegenpartijen en repomarkten. Ook komen een aantal technische concepten aan bod die volgen uit de principes van de arbitrage theorie, zoals de put-call pariteit, het binomiale model en het Black-Scholes-Merton (BSM) model.

Leerdoelen:

  • Een goed begrip van de aard en werking van derivatenmarkten
  • Een grondige kennis en inzicht op post-master niveau van de risico- en rendementskarakteristieken, waardering en het gebruik in een portefeuillecontext van de verschillende soorten derivaten
  • Praktische kennis van waardering en handel van derivaten
  • Toepassen van kennis en inzicht door het  in spreadsheets zelfstandig waarderen van opties en futures en het gebruik van portefeuillesoftware voor het beheren van een derivatenportefeuille.
  • Op een gestructureerde en heldere wijze zowel mondeling als schriftelijk kunnen presenteren (interactieve colleges en casus college, schrijven van een rapport).

Literatuur

  • Hull, John C., “Options, Futures and other Derivatives”, 9th edition, Pearson Prentice Hall 

Ga naar boven

Scriptie

De opleiding wordt afgerond met een scriptie. In de scriptie moeten de in opgedane theorie en kennis van de praktijk zichtbaar samenkomen. Van de student wordt verwacht dat hij in staat is zijn verworven kennis en vaardigheden op bij een postdoctorale academicus passende manier in te zetten. De tijdens de opleiding opgedane kennis moet hiertoe worden gebruikt om een probleem te behandelen op het vakgebied “Beleggen”.

Met de scriptie wordt begonnen in het 2e semester van het 2e opleidingsjaar. In het rooster is daarvoor ruimte gereserveerd door het aanbieden van op de scriptie gerichte colleges en enkele collegevrije weken.

De praktijkgerichte focus van de opleiding komt naar voren in de formulering van de vraagstelling die (in de regel) een vraagstuk uit de praktijk betreft. Het mag bijvoorbeeld verband houden met het dagelijkse werk, maar ook onderwerpen die te maken hebben met de historie van beleggen in vroegere tijden, met ontwikkelingen in de academische kennis en het gevolg hiervan voor de beleggingspraktijk zijn mogelijk.

De volgende stap is een eigen analyse / onderzoek. Dit kan worden uitgevoerd met case studies / enquêtes / kwantitatieve analyse, wat de kern is van een academische scriptie. Tot slot worden de uitkomsten van de eigen analyse / onderzoek teruggekoppeld naar de context. Uit deze terugkoppeling moet de toegevoegde waarde van de scriptie blijken. Een academische scriptie moet kennis toevoegen.

Leerdoelen

  • Het formuleren van een heldere probleemstelling op het terrein van Investment Management met professionele en wetenschappelijke relevantie.
  • Het opstellen van een voor de probleemstelling relevant theoretisch raamwerk.
  • Het verzamelen van de relevante data en het kiezen van de juiste methodologie voor de analyse
  • Het analyseren van de verzamelde data
  • Het trekken van de juiste conclusies uit de resultaten, het formuleren van  aanbevelingen en het plaatsen van de resultaten in een breder perspectief
  • Het op de juiste manier rapporteren van het onderzoek.
  • Langere tijd zelfstandig aan een onderzoekstaak werken;
  • Het reflecteren over de resultaten en beperkingen van het onderzoek en zijn/haar eigen functioneren.

Ga naar boven