Controller in de praktijk

Het programma Controllership (Controller in de Praktijk; CidP) beoogt een aantal thema’s met elkaar te verbinden die een controller zich eigen moet maken om effectief te kunnen functioneren.

In dit programma gaat het niet zozeer om het opnemen van vakinhoudelijke kennis, maar om kennis en vaardigheden die een controller nodig heeft om effectief te zijn. Het gaat hierbij om communicatieve en samenwerkingsvaardigheden, kennis van organisatie- en controlmodellen en daarnaast om op wetenschappelijke wijze een onderzoek op te zetten. In het verlengde van het motto van de opleiding ‘van leren kijken naar leren zien’ is een additioneel motto van dit programma: ‘niet alleen gelijk hebben maar ook gelijk krijgen’. Vakinhoudelijke kennis is een noodzakelijke voorwaarde om de functie van controller te kunnen uitoefenen, maar deze is niet voldoende om effectief te zijn.

De leidraad bij elk van de tijdens het programma te behandelen thema’s is het werkveld van de controller: de organisatie waar de controller werkzaam is, de wijze waarop control plaatsvindt, de vraagstukken waar hij of zij mee te maken heeft en de raakvlakken tussen ‘eigen’ vakgebieden en de vakgebieden waarover wordt ‘geoordeeld’. De complexe samenhang tussen kennis en functioneren in concernverband waarbij er meestal op drie niveaus sprake is van control en/of finance: concern (hoofdkantoor), op divisieniveau en binnen de business units of werkmaatschappijen.

De allround controller die een proactieve en ondersteunende rol vervult in de ontwikkeling en implementatie van operationeel en strategisch beleid en die functioneert als business partner, dient op het vereiste niveau over analytische en communicatieve vaardigheden te beschikken. De informerende rol verschuift immers naar een kritisch onderzoekende, adviserende en begeleidende rol, waarin overtuigingskracht, persoonlijke effectiviteit en analytische kwaliteiten doorslaggevende succesfactoren zijn. Om die reden staan de analytische, communicatieve en sociale vaardigheden centraal in het programma Controllership. Zij leren academisch verantwoord en vanuit een multidisciplinaire aanpak management control- en management accounting-vraagstukken te onderzoeken en oplossingsrichtingen te ontwikkelen. Hiertoe wordt geoefend met het opzetten en uitvoeren van (de stappen van) onderzoeksprogramma’s (analyseren probleem, toetsen hypothesen, ontwikkelen theoretisch raamwerk als toetskader, et cetera). Ook oefenen de cursisten tijdens het programma in het helder en overtuigend presenteren en om te  schakelen tussen de expertrol, de adviesrol en procesbegeleidende rol en het kritisch en opbouwend reflecteren op hun persoonlijke mondelinge en schriftelijke presentatie. Deze vaardigheden worden getraind aan de hand van cases.