“Zonder hard werken kom je er niet”

Tamer_DilaverTamer Dilaver (24) levert binnenkort zijn masterscriptie voor Econometrie in en rondt volgend jaar de masteropleiding Philosophy of Management and Organizations af – beide met hoge cijfers. Daarnaast is hij onder andere studentlid in het faculteitsbestuur, was hij actief lid van de studievereniging Kraket en sprak hij met minister Bussemaker over onderwijshervormingen. Wat is zijn drive?

Door Martje Doeve

“Van nature ben ik geen ambitieuze student. Ik wilde met minimale inzet maximale studieresultaten halen. Typisch de zesjescultuur, zou je kunnen zeggen. Ik dacht dat leuke dingen– voetballen, uitgaan – niet te combineren waren met hard studeren. Tot ik zag dat het anderen wél lukte. Dat was toen de harde knip werd geïntroduceerd. Ik wilde niet door één onvoldoende een jaar moeten wachten met mijn masteropleiding. Toen heb ik in twee periodes [van elk acht weken, red.] negen vakken gehaald. Vanaf dat moment wist ik: als ik er veel tijd en motivatie in stop, kan ik goede cijfers halen. De knop ging om. Minimalistisch studeren kan voor mij geen excuus meer zijn, heb ik tegen mezelf gezegd.”

Dat klinkt streng. 

“Toen ik aan het einde van mijn bachelor besefte dat ik nog veel meer had kunnen bereiken, was ik zó teleurgesteld in mezelf dat ik niet naar mijn diploma-uitreiking ben geweest. Er viel niets te vieren. Nu trek ik me op aan mijn vrienden. Ik geloof in de vijfvriendentheorie: jouw levensstijl is het gemiddelde van die van je vijf beste vrienden. Ik had op een gegeven moment mensen om me heen verzameld die allemaal ambitieus waren. En waar je mee omgaat word je mee besmet – voor mij werkte dat positief. Ik heb dus wel een andere vriendengroep gekregen. Mijn beste vrienden zijn ook super gedreven. Dat is fijn en motiverend. Mijn huisgenoot is een studiegenoot, we zitten vaak samen aan de keukentafel te studeren.”

Hoe pak je dat aan, zo hard studeren?

“Ik studeer elke dag op de VU, want thuis heb ik te veel afleiding. Ik zit er van tien uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Ik maak dus wel lange dagen. Nu ik weet hoe hard ik daar kan werken, kan ik eigenlijk niet meer terug naar mijn oude ritme. Zonder hard werken kom je er niet, ook al heb je al het talent van de wereld.”

Waar ben jij over vijf jaar?

“Ik weet nog niet wat het precies wordt – een financiële instelling, het actuariaat, management consultancy, iets met big data – maar ik weet wel dat ik er dan heel goed in ben. Ik wil mijn stempel drukken op het gebied waarin ik werk.”

Welke kant van jezelf wil je nog ontwikkelen?

“Ik heb nu natuurlijk vooral mijn academische vaardigheden in de econometrie ontwikkeld. Maar ik wil ook een excellente denker worden. Daarom studeer ik naast econometrie ook filosofie.”

Wat trekt je zo aan in de filosofie?

“Hoe meer tijd je eraan besteedt, hoe beter je erin wordt. Het gaat niet om stof stampen; het heeft echt tijd nodig. Je kunt bijvoorbeeld drie dagen nadenken over één zin voordat je begrijpt wat die betekent. Filosofie is hersengymnastiek.”

Econometrie gaat over cijfertjes. Dat is nogal een verschil met filosofie.

“Ja, maar het gaat allebei over logisch redeneren. Iedereen kan voetballen, maar tegen een profvoetballer leg je het altijd af. En iedereen kan denken, maar een professionele denker – een filosoof – denkt je eruit. Dat wil ik ook.”