Column

Back in town


Frank A. van der Duyn Schouten [1]

Duyn Schouten, Frank van derNa een afwezigheid van ruim 25 jaar is het een bijzondere ervaring terug te zijn op De Boelelaan. Er is veel herkenning in meer dan één opzicht. In 1979 typte de toenmalige secretaresse, Gloria Wirz, van de Interfaculteit Actuariële Wetenschappen en Econometrie met grote professionaliteit en geweldige inzet de tekst van mijn proefschrift op een IBM-machine met verwisselbare bolletjes. Een waar huzarenstukje, omdat het onderwerp Markov Decision Processes with Continuous Time Parameter zich nu eenmaal beter via (complexe) formules dan met woorden liet behandelen. En laat ik op 1 mei 2013 twee kamers naast de mijne Gloria nu weer aantreffen als medewerkster voor de postdoctorale economische opleidingen!

Ook een eerste rondgang door de gebouwen van de Faculteit Exacte Wetenschappen, waar ik mijn academische loopbaan in 1967 als wiskundestudent begon, gaf een vertrouwd gevoel. Tegelijkertijd overtuigde deze rondgang mij ervan dat de ambitieuze nieuwbouwplannen van de VU op de Zuidas bepaald niet zijn ingegeven door een megalomane hang naar groot en meer, maar absoluut noodzakelijk zijn om het wetenschappelijk werk op verantwoorde wijze voortgang te laten vinden. In dat kader is ook de renovatie van het Hoofdgebouw, met alle ongemakken die daaraan tijdelijk voor studenten, medewerkers en gasten verbonden zijn, bepaald geen overbodige luxe. De VU heeft met de uitvoering van deze plannen misschien wat lang gewacht, maar het tijdelijk ongemak dat deze (ver)bouwactiviteit nu met zich meebrengt valt in het niet bij de fikse facilitaire voorsprong die we hiermee kunnen nemen.

Het campusplein biedt overigens ondanks uiterlijke veranderingen ook een vertrouwde aanblik, zij het dat het Provisorium, dat als tijdelijke voorziening de eeuwen leek te gaan verduren, nu toch verdwenen is. Het Summerbreak festival op 11 juni op het campusplein bood mij een uitstekende gelegenheid te midden van honderden studenten en medewerkers iets van de academische VU-gemeenschap opnieuw te ervaren. Het is bijzonder te bedenken dat op dit beperkte oppervlak inmiddels vele tienduizenden studenten en VU-medewerkers inspiratie hebben opgedaan in een vibrerende wetenschappelijke gemeenschap die zich onder meer kenmerkt door haar grote verscheidenheid. Het mag nog wel een keer gezegd worden dat de voordelen van een campusuniversiteit groot zijn en waard zijn gekoesterd te worden. Is het toevallig dat juist op het moment waarop ik deze column schrijf (21 juni) bekend wordt dat ik niet de enige alumnus ben die na jarenlange ervaring buiten de VU-deur de weg terug naar zijn Alma mater heeft gevonden?

Maar er is niet alleen uiterlijke herkenning van gezichten, gebouwen en pleinen. Ook de typerende VU-cultuur, die zich kenmerkt door passie voor de wetenschap en voor het debat ben ik al volop tegen gekomen. Uit dat debat blijkt onder meer dat de VU naarstig op zoek is naar de goede positionering als het gaat om samenwerking met anderen. In de jaren waarin ik eerder aan de VU werkte kreeg wetenschappelijke samenwerking vooral gestalte via individuele samenwerking met internationale collega’s. De VU-hoogleraar onder wiens leiding ik mocht werken hield mij altijd voor meer waarde te hechten aan een artikel geschreven samen met een collega in de USA, Turkije of Israel dan met een collega van twee deuren verderop. Een advies dat van grote betekenis is geweest voor mijn wetenschappelijke loopbaan. Maar hoewel dit principe van individuele samenwerking gelukkig niets aan relevantie heeft ingeboet, is het wel duidelijk dat wetenschappelijke samenwerking anno 2013 daartoe niet langer beperkt kan blijven. Onderzoeksfinanciering wordt in toenemende mate op basis van nationale en internationale competitie via funding organisaties verkregen. Als individuele onderzoekers red je het daarbij niet meer zonder georganiseerde en geïnstitutionaliseerde samenwerkingsverbanden. Ik begrijp daarom heel goed het beleid van mijn voorganger om meer interdisciplinaire samenwerkingsverbanden binnen de universiteit te stimuleren. Via mijn betrokkenheid bij Netspar gedurende de afgelopen vier jaar ben ik overigens tot de overtuiging gekomen dat zulke samenwerkingsverbanden (zowel intra- als interuniversitair) mutatis mutandis niet alleen in het bèta en medische domein mogelijk zijn, maar wel degelijk ook binnen de alfa- en gamma wetenschappen. Daarbij blijkt overigens ook dat niet alleen wetenschappelijke onderzoekers van deze samenwerkingsverbanden profiteren, maar dat ook studenten er hun voordeel mee kunnen doen.

Ik vind het een groot voorrecht dat ik de komende tijd als rector magnificus een bijdrage mag leveren aan de verdere ontwikkeling van onze Vrije Universiteit in de dynamische regionale, nationale en internationale omgeving waarin zij zich bevindt en dat geconcentreerd is in de smeltkroes van de Zuidas waar jong, gevorderd en gerijpt wetenschappelijk talent elkaar kan ontmoeten en inspireren. Ik had mij geen mooiere afsluiting van mijn wetenschappelijke loopbaan kunnen bedenken.


[1] Frank A. van der Duyn Schouten is rector magnificus van de Vrije Universiteit en gasthoogleraar bij de afdeling Econometrie, De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam, f.a.vdrduynschouten@vu.nl