Ik zie mezelf als een butler van de wetenschap

Henk ScholtenInterview met Henk Scholten empty[1]

Door: Hester van Rijn

De wereldbevolking neemt toe. Steden worden voller, het platteland leger. Welvaart en mobiliteit groeien, maar ook de CO2-uitstoot en daarmee klimaatverandering. Hoe houden we het leefbaar, duurzaam en bereikbaar? Dat is de rode draad in het onderzoek van professor Henk Scholten.

Ruimtelijke Informatica is het vakgebied waar het leven
van Henk Scholten mee is verbonden. Niet alleen als grondlegger van dit specialisme in Europa en als hoogleraar aan de Vrije Universiteit, maar ook als directeur van geo-ICT adviesbureau Geodan en onderzoeksinstituut SPINlab (Spatial Information Laboratory). 'Analysing and Exploring Sustainable Urban Strategies', kortweg AESUS, is het nieuwste project van Henk Scholten, in samenwerking met VU-collega Eric Koomen.

Wat wilt u met uw onderzoek bereiken?
Wat wij willen, is ruimtelijke informatie in kaart brengen, verklaren én voorspellen. Als je in een bepaalde gemeente een industrieterrein of een nieuwe weg aanlegt, wat betekent dat dan voor de omgeving? En wat als je het juist niet doet? Dit soort vragen proberen we met modellen te beantwoorden om vervolgens overheidsorganisaties of bedrijven te helpen met hun besluitvorming. Dat vind ik het mooie van mijn werk: de toepassing van mijn kennis in de praktijk. Dingen doen waar anderen wat aan hebben, dat is wat ik wil. Ik zie mezelf als een butler van de wetenschap.

Wat betekent dat concreet voor een project als AESUS?
AESUS moet nieuwe modellen opleveren die maatschappelijke ontwikkelingen, stedelijke processen en veranderingen in de bereikbaarheid integreren met duurzaamheidsvraagstukken. Daarbij focussen we ons specifiek op het gebied rond een van de oudste, drukste en belangrijkste snelwegen van ons land: de A2. In deze strook van Amsterdam via Utrecht, ’s-Hertogenbosch en Eindhoven naar Maastricht kom je plekken tegen waar het heel goed gaat en andere waar het helemaal niet goed gaat. Op basis van patronen proberen we te verklaren waarom en vervolgens proberen we die patronen te veranderen. Wat zijn de succesfactoren die ervoor zorgen dat Eindhoven groeit en bloeit? En kunnen we die factoren ook gebruiken voor andere plekken? We zijn op zoek naar driving forces: wat bepaalt waar jij gaat wonen? Dat heeft met je werk te maken en met de mogelijkheden tot wonen, maar ook met de interactie tussen wonen en werken. Je bent misschien best bereid iets verder van je werk af te wonen, mits je er dan makkelijk kunt komen. Verbinding is een cruciale factor. En dan hebben we het liefst ook nog een beetje groen om ons heen.

Hoe ziet de Randstad er over tien jaar uit?
De Randstad groeit dicht. Het groene hart blijft niet groen, op wat strookjes na. Alle patronen uit onze modellen wijzen erop dat je dat niet kunnen tegenhouden, als je er niet heel veel energie in stopt. En met energie bedoel ik geld. Maar het is niet alleen maar een doembeeld. Nederland dankt haar vitaliteit aan het feit dat de Randstad een groot stedelijk complex is. Doordat de Randstad steeds meer aan elkaar groeit, functioneert het ook optimaler: het is makkelijker toegangelijk, trekt meer mensen aan, het is vitaal. De Randstad is hard op weg een metropool te worden van het formaat van Londen.

De groei van de Randstad brengt ook andere effecten met zich mee, zoals klimaat-verandering. Moeten we ons zorgen maken?
Absoluut. Het water komt eraan. Het is niet zo dat ons land in één keer overstroomt, maar we krijgen wel met grote veranderingen te maken. Op sommige plekken gaat het meer en harder regenen en op andere plekken wordt het juist droger. Dit nemen we ook mee in onze modellen. Zo hopen we te kunnen bijdragen aan beslissingen die de meest negatieve veranderingen tegenhouden.

Terwijl de Randstad volloopt, loopt een regio als Delfzijl leeg. Is dat eigenlijk wel zo erg?
Ik vind het leuk om mensen te confronteren met mogelijkheden, maar ben niet de beleidsmaker die een uitspraak doet over wat goed of slecht is. Ik probeer zo objectief mogelijk te laten zien wat er gebeurt en dan samen met beleidsmakers te bespreken wat gewenst is. Persoonlijk vind ik het noorden van Groningen een heel mooi gebied, dat nooit zo dichtbewoond moet worden als de Randstad. Maar ik vind wel dat er mensen moeten wonen. Anders kunnen we ook niet van die schoonheid genieten. Overigens kom ik er zelf ook graag om te varen op de Waddenzee.

Zijn er gebieden op aarde waar Nederland een voorbeeld aan kan nemen?
Het omgekeerde is makkelijker. Er zijn een hoop gebieden waar ze er een puinhoop van maken. Twee jaar geleden ben ik met een stel onderzoekers afgereisd naar Borneo. Het is werkelijk verschrikkelijk wat daar gebeurt. Op dit prachtige en vruchtbare eiland is een gebied ter grootte van de provincie Noord-Holland hartstikke dood. De monopolisering van het landgebruik, in het bijzonder de massale palmolieproductie, heeft het gebied totaal uit evenwicht gebracht. We proberen dat evenwicht voor een deel te herstellen, onder meer door bomen te planten. Ook de resultaten van AESUS zullen we gebruiken om andere landen te helpen. Denk aan een land als Bangladesh, dat net als Nederland deels onder de zeespiegel ligt en dichtbevolkt is. Voor mij is wetenschap een middel om de maatschappij wat mooier te maken. En niet om artikelen te schrijven.

Wat zou u in Nederland aanpakken, als u het voor het zeggen had?
Daar heb ik een uitgesproken mening over. Wat mij stoort aan de Randstad zijn al die kleine industrieterreinen. In plaats van een efficiënte gemeenschappelijke ontwikkeling, heeft elke gemeente haar eigen terreintje. Dat had anders gemoeten en dat moet nog steeds anders. Verder stoor ik me aan de vastgoedmarkt. Ik vind het shocking dat bedrijven als KPMG naar een enorm nieuw pand verkassen, terwijl hun oude pand nog prima volstaat en toch leeg en ongebruikt wordt achtergelaten. Ook dit komt doordat de gemeenten te individueel bezig zijn. Dat is aan de ene kant mooi van onze democratie, maar als het gaat om ruimtegebruik, dan is die macht van de gemeenten te groot. Die leidt tot niet optimaal ruimtegebruik en tot dit soort excessen. Dat is wat wij met onze modellen inzichtelijk maken.

In 2009 ontving u een Lifetime Achievement Award. Ben je dan niet eens klaar als wetenschapper?
Het was een ontzettend leuk moment. Ik stond op een podium voor 15.000 mensen en voelde me net een beroemde popzanger. Af en toe heb je een schouderklopje nodig, dat hebben we allemaal. Maar een paar weken later is je stardom weer verdwenen en ben je gewoon weer hard aan het werk. Zolang ik wetenschap en praktijk kan blijven combineren en continu nieuwe jonge enthousiaste mensen tegenkom, heb ik alle ingrediënten om het nog heel lang vol te houden.

[1] Henk Scholten is hoogleraar Ruimtelijke informatica bij de afdeling Ruimtelijke Economie en wetenschappelijk directeur van SPINlab, FEWEB, De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam, h.j.scholten@vu.nl