De Bankenbelasting: het einde van de bonussen?

Siegmann, ArjenArjen Siegmann [1]

Binnenkort gaan banken meer belasting betalen door middel van een speciale bankenbelasting. In dit artikel ga ik in op de werking van deze belasting en de mogelijke effecten.

Wat is de bankenbelasting?
Volgens het wetsvoorstel 'Wet Bankenbelasting' gaan banken een belasting betalen over hun balanstotaal, met een percentage tussen de 0,022% en 0,044%. De precieze hoogte van het percentage hangt af van de looptijd van het vreemd vermogen van de bank. Als de bank alleen maar deposito’s en langlopende obligaties heeft uitstaan, dan betaalt ze maar 0,022%. Als ze helemaal gefinancierd is met leningen korter dan één jaar, dan betaalt ze 0,044%. In de praktijk zal het voor een bank uitkomen op een belastingpercentage van ongeveer 0,03%, dus driehonderdste van een procent over hun balanstotaal.

Om bonussen te ontmoedigen wordt het belastingpercentage 10% hoger (dus 0,044 wordt 0,0484) als de variabele beloning van één bestuurder hoger is dan zijn of haar vaste salaris. Na twee jaar wordt dit nog strenger en gaat de verhoging al in als de variabele beloning meer is dan 25% van het vaste salaris.

Getroffen banken zijn alle banken die in Nederland een bankvergunning hebben, maar ook buitenlandse banken die in Nederland een bijkantoor hebben. Er is een 'doelmatigheidsvrijstelling' van €20 miljard, waarover geen belasting hoeft te worden betaald, zodat kleine banken de facto zijn uitgezonderd.

Het wetsvoorstel is goedgekeurd door de Tweede Kamer. Die heeft afgedwongen dat de eerdere percentages zijn verdubbeld (het was eerst 0,011% en 0,022%) en sommige partijen hadden nog wel verder willen gaan. Het sentiment van 'terughalen' speelt hier duidelijk een rol. Het wetsvoorstel moet nu nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd, wat volgens planning nog vóór het zomerreces zal gebeuren.

Waarom nu?
De bankenbelasting is voorgesteld door de minister van Financiën (De Jager) om daarmee het gat te vullen dat is ontstaan door het verlagen van de overdrachtsbelasting van zes naar twee procent. Een andere redenering is dat de bankensector zoveel schade heeft toegebracht aan de economie, dat het logisch is om ze te laten bijdragen. Banken dragen geen BTW af, dus een bijdrage in die richting lijkt niet zo’n slecht idee.

Wat gaat het opleveren?
De Nederlandse banken hebben op dit moment een gezamenlijk balanstotaal van ongeveer €2400 miljard. De opbrengst van de bankbelasting levert daarmee iets tussen de 440 en 880 miljoen per jaar op, door het ministerie ingeschat op €600 mln. De verlaging van de overdrachtsbelasting kost circa 1,2 miljard structureel en de helft daarvan wordt dus bekostigd uit de bankentaks.

Lost de bankenbelasting problemen op?
De bankensector heeft haar externe effecten. Anders gezegd, de activiteiten van banken hebben een effect op de economie of de samenleving, die je niet terug vindt in de balans of de verlies- en winstrekening van een bank. Kredietverlening is een voorbeeld: een bank beslist op bedrijfseconomische gronden of zij wel of geen lening wil verstrekken aan een bedrijf of huishouden. Maar die beslissing heeft gevolgen voor een bredere kring van economische activiteit, onttrokken ('extern') aan het oog van de bank.

De externe effecten van bankieren zijn de reden dat de bankensector altijd een speciale plaats inneemt in het overheidsbeleid. In tegenstelling tot andere bedrijfstakken bemoeit de overheid zich intensief met het economisch wel en wee van de banken. Zij stelt zich impliciet garant voor de instandhouding van de bankensector. En dat wordt nu beprijsd.

Dat beprijzen van het bankieren is te vergelijken met de rol van accijnzen. Roken en drank kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid, dus sla je met accijnzen twee vliegen in één klap: je ontmoedigt het gebruik en tegelijk verdient de schatkist er wat aan. Met de belasting worden de externe effecten geïnternaliseerd.

De financiële crisis die in 2007/2008 begon is het meest duidelijke voorbeeld van de externaliteiten die bankieren met zich mee brengt. Grote verliezen in de bankensector hebben een effect gehad op de economie die we nog steeds voelen. En de ruimhartige kredietverlening in Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland, alsmede het op grote schaal kopen van staatsobligaties door banken zijn de directe aanleiding voor de huidige Eurocrisis.

Bekeken door de bril van de externaliteiten rijst de vraag of de bankenbelasting wellicht een poging is om de schadelijke neveneffecten van bankieren te beperken. Zoals de accijns op roken, is er de bankentaks op slechte bankactiviteiten, die ons immers de financiële crisis hebben gebracht. Het probleem met deze visie op bankenbelasting is echter dat de oorzaken van de financiële crisis veelsoortig en complex zijn en de vraag is of een simpele bankenbelasting een eenduidige verbetering van stabiliteit zal brengen. Eén voorbeeld: een overdreven gebruik van kortlopende schulden om snel winst te maken lag aan de basis van de kredietcrisis van 2007/2008. Maar tegelijk is het kort lenen en lang uitlenen een primaire functie van een bank. Spaargeld is direct of bijna direct opvraagbaar, maar hypotheken zijn dat niet. Dat accepteren we als de nuttige functie van een bank, als spil in het financiële systeem.

Einde aan de directiebonus
Ik vermoed dat de bankenbelasting tot weinig gedragsverandering zal leiden bij bankiers, uitgezonderd het gebruik van bonussen door de directie. Met de hoge impliciete straf op bonussen van meer dan 25% zal dit snel verleden tijd worden. Denk aan een bank met een balanstotaal van 500 miljard en een effectieve bankenbelasting van 0,03%, gelijk aan €150 miljoen. Als de directie zichzelf een flinke bonus wil geven, die meer is dan een kwart van het vaste salaris, dan stijgt de bankenbelasting met 10%, dat is €15 miljoen.

Het zal echter niets veranderen aan de bonuscultuur in lagere echelons. Terwijl dat het niveau is waar veel van de problemen zijn ontstaan. En nog steeds, getuige het recente verlies van twee miljard dollar door de bank JP Morgan, door het handelen in kredietderivaten. Ook verandert het niets aan de beloningen in de vorm van aandelen en opties, die het kortetermijndenken in de financiële sector in de hand werken.

Leidt de bankenbelasting tot nieuwe problemen?
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft aan de bankenbelasting gerekend. In het meest positieve scenario zijn de effecten op kredietverlening nihil. In het zwartste scenario daarentegen leidt het tot een daling in de kredietverlening van €20 miljard per jaar. Dit laatste is echter een overdreven scenario. Gegeven de totale bankwinsten van circa 7 miljard over 2011 is een bankenbelasting van 600 miljoen gelijk aan een winstdaling van 10%. Het ligt voor de hand dat dit gecompenseerd zal worden door (i) minder hoge salarissen voor bankiers, (ii) lagere winsten voor aandeelhouders, en (iii) hogere rentes voor klanten. Een combinatie van de drie is het meest waarschijnlijk en de eerste twee mogen wenselijk genoemd worden. De weg vooruit naar een 'normaal' banksysteem zal immers moeten leiden tot meer veiligheid en stabiliteit in de sector. En dat gaat logischerwijze hand in hand met minder hoge salarissen en lagere rendementen voor aandeelhouders.

Concurrentiepositie
De internationale concurrentiepositie van Nederlandse banken zal verslechteren, maar met activa die nu al vier keer zo groot als het nationaal inkomen zijn, kun je je afvragen of dat erg is. Concurrentie op de Nederlandse markt zal niet veel veranderen, omdat ook buitenlandse banken onder de wetgeving vallen.

Er bestaat overigens nog steeds de mogelijkheid dat de Europese landen het eens worden over een eigen vorm van bankenbelasting, die voor alle Europese banken gaat gelden. Afhankelijk van de precieze vorm zou deze in de plaats kunnen komen van de Nederlandse bankenbelasting.

Conclusie
Als de Eerste Kamer geen spaak in het wiel steekt, dan gaan banken binnenkort een hogere bijdrage leven aan de inkomsten van de Staat, zo’n slordige €600 miljoen. Dit bedrag is gelijk aan circa tien procent van de huidige winst van banken.

De grootste winst van de nieuwe belasting zie ik echter in het ontmoedigen van bonussen. Ook al is het directe effect beperkt tot de bonussen van de directie, het geeft toch een duidelijk signaal af. Het zou wel eens het begin van het einde zou kunnen zijn voor bonussen en andere korte-termijn financiële prikkels voor bankiers. En dat is welkom.


empty[1] Arjen Siegmann is Universitair Hoofddocent bij de afdeling Finance, SBE De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam, a.h.siegmann@vu.nl