Interview met Mirella Kleijnen, winnaar “Best Lecturer Award” SBE

Hoe ben je op de VU terecht gekomen?

Foto: Yvonne CompierIn 2004 liep mijn AIOschap in Maastricht ten einde en heb ik bij de afdeling marketing hier aan de VU gesolliciteerd. Het was mijn allereerste sollicitatie toentertijd en deze groep stond ook bovenaan mijn lijstje als potentiële werkgever. Gelukkig heeft het goed uitgepakt en ben ik hier in augustus van dat jaar begonnen als UD.

Had je verwacht tot Best Lecturer gekozen te worden?

Ja, dat is nu zo’n vraag, wat moet je daar nu op zeggen? In alle eerlijkheid is het antwoord echt nee, omdat er zoveel goede genomineerden waren, dat het heel moeilijk te zeggen was waar het uiteindelijk naar toe zou gaan. Veel van de mensen die genomineerd waren, ken ik persoonlijk en zijn stuk voor stuk mensen waar ik veel waardering voor heb en waar ik heel goed van kan begrijpen dat ze genomineerd zijn. Dat maakt het winnen daarom natuurlijk ook wel weer extra bijzonder.

Wat waarderen de studenten in jou als docent?

Als ik kijk naar de motivatie die werd gegeven voor mijn nominatie, dan is dat vooral mijn passie voor mijn vak, mijn actieve manier van lesgeven en mijn enthousiasme voor mensen. Dat zijn punten die ik ook vaak naar voren zie komen in evaluaties. Dat zijn ook zaken waar ik mezelf ook echt wel in herken. De leukste mails die ik van studenten krijg gaan vaak over de connectie die ze voelen met mij als persoon, dat ze voelen dat ik oprecht belangstelling voor ze heb.

Wat onderscheidt jou van andere docenten?

Dat is soms moeilijk in te schatten, maar vakkennis is het in elk geval niet. Als ik om me heen kijk, dan zie ik ontzettend veel mensen die heel capabel zijn en hun vak goed beheersen. Ik denk dat het toch vooral te maken heeft met de zaken die daaromheen gebeuren en de beleving die dat creëert: in welke mate kun je je stof vertalen naar de groep die voor je staat? Dat vind ik zelf altijd de grootste uitdaging en het leukste van mijn werk. Doceren op zich is niet hetgene waar ik een passie voor heb, het is vooral de interactie met mensen, het begrijpen van hun context en hoe je bij die context kunt aansluiten zonder dat je enorm veel concessies gaat doen aan hetgene wat je ze wilt leren. Daarin heb ik inmiddels mijn eigen stijl wel gevonden en die stijl is uniek voor iedere docent.

Wat zijn de leuke kanten van doceren? En wat de minder leuke kanten?

De leukste kant is de interactie met zo ontzettend veel verschillende mensen. Ik geef les aan werkelijk alle groepen die we hebben in ons systeem, de eerstejaars, de masters, de parttimers, postdocs en dat zowel binnen het vakgebied marketing als daarbuiten. Begrijpen waar al die mensen vandaan komen, hun context, wat ze kunnen en (nog) niet kunnen en wat ze juist willen leren, dat is het leukste van mijn werk. Met name bij vakken waar mensen niet altijd direct warm voor lopen, zoals onderzoeksmethoden, is het heel leuk om te zien dat ik mijn enthousiasme toch op hen over kan dragen, juist door die interactie aan te gaan.

De minder leuke kant …. Qua werk? Tentamens….net als studenten die niet leuk vinden is dat voor mij als docent ook niet echt een feestje…  Verder spelen de ontwikkelingen van de laatste jaren op het gebied van bezuinigingen ook een rol. Er is steeds minder ruimte voor het individu, en dat vind ik zelf heel erg jammer. Ik geef inmiddels les aan groepen van soms wel 700 studenten. Dat is een uitdaging op zich, maar persoonlijk contact tijdens zo’n college is compleet onmogelijk. Ik zou dat graag anders zien, maar soms moet je roeien met de riemen die je hebt.

Wie vond je tijdens je eigen studie de beste docent en waarom?

Gaby Odekerken-Schröder. Daar hoef ik niet eens over na te denken. Zij was mijn eerste tutor in Maastricht en uiteindelijk ben ik 4 jaar later ook bij haar afgestudeerd. Haar oprechte betrokkenheid, de verwondering die zij (nog steeds) kan hebben voor nieuwe topics in het vak en de manier waarop ze die mogelijkheden uitspit hebben mij altijd geïnspireerd.

Wat vind je van de huidige ontwikkelingen in het onderwijs (bezuinigingen, boetes voor langstudeerders, etc.)?

Bezuinigingen hebben aan de ene kant een goed effect: het dwingt tot veranderingen die soms nodig zijn, maar die anders lastig te bewerkstelligen zijn. Een goed voorbeeld daarvan vind ik het feit dat we nu geen standaard opzet voor vakken meer hebben waarin bij elk vak hoorcolleges, discussiecolleges, casecolleges, presentaties door studenten, et cetera zijn. Er is nu beter nagedacht op welke momenten welke didactiek een zinvolle toepassing is binnen een vak. Inhoud moet in mijn beleving altijd voor vorm komen en daarin zijn een aantal goede verbeteringen gekomen. Die gedachtegang was weliswaar al eerder in gang gezet, maar wordt wel gesteund en versneld door de bezuinigingen.

Verder vind ik het prima dat er een limiet is op aantal jaren studeren, een vorm van beboeting voor langstudeerders komt, et cetera. Zelf ben ik ook een groot voorstander van selectie aan de poort, omdat veel studenten studeren vaak als een recht zien, niet als een privilege, en soms maar gaan studeren om te studeren. Dergelijke keuzes zijn over het algemeen niet zo heel succesvol en leiden ook vaak tot frustraties en erger: uitval.

Wat ik wel ontzettend jammer vind is dat er tegenwoordig steeds minder ruimte komt voor het individu. Fouten in studiekeuze kun je je eigenlijk al helemaal niet meer permitteren, maar ook extra curriculumactiviteiten worden steeds moeilijker te volbrengen en ze aanbieden binnen een studieprogramma (bijvoorbeeld een stage) wordt steeds lastiger, zo niet onmogelijk.

Kortom, voor mijn gevoel zijn de bezuinigingen erg doorgeslagen naar één kant, waardoor niet alleen niet-presterende studenten bestraft worden, maar ook goede studenten gehinderd worden om zichzelf buiten het standaardtraject te ontplooien. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Wat wilde je vroeger worden? Heb je altijd al gedacht in het onderwijs of onderzoek terecht te zullen komen?

Jeetje nee. Toen ik promoveerde belde het zoontje van een vriendin (zes jaar) mij op en vroeg: “zeg Mirella, die professors he, wat DOEN die nu eigenlijk de hele dag?” Tja… dus nee, als kind was dit niet mijn droomcarrière. Ik wilde als klein kind heel graag kapster worden, omdat ik het heerlijk vond om aan haren te prutsen. Jaren later wilde ik graag kinderpsycholoog worden, omdat ik ontzettend graag met kleine kinderen bezig ben. Dat werd mij toentertijd afgeraden in verband met de vergrijzing van de bevolking. Marketing stond tegen de tijd dat ik de middelbare school verliet wel al hoog op mijn lijstje, maar een academische carrière was niet echt iets waar je veel van af wist, het werd ook niet actief gepromoot. Tot het moment dat ik student-assistent werd dacht ik ook nog steeds dat het niet echt voor mij was. Maar uiteindelijk blijken psychologie en marketing dan toch dichter bij elkaar te liggen dan je zou denken en zijn de kinderen gewoon een maatje groter geworden…

Welk(e) vak(ken) geef je?

Wat ik zelf erg leuk vind is dat ik zowel aan het begin als aan het einde van het academische traject sta: Ik begin het jaar met het eerste vak in het eerste jaar van BK/IBA: Marketing en Marketing Research. En ik eindig met het Academic Seminar in de Master in Marketing. Dit is het laatste vak dat studenten volgen voordat ze aan hun scriptie beginnen.

Daarnaast ben ik betrokken bij het vak Business Research Methods dat aansluit op het vak Marketing and Marketing Research en geef ik nog les aan onze parttime Master in Marketing studenten (Academic Seminar). Tot slot geef ik nog bij een aantal postdoc opleidingen seminars over onderzoeksmethoden, zoals bijvoorbeeld bij de parttime master opleidemptying Compliance & Integriteit Management.